Ze legde tijdens de oorlog de Zuid-Limburgse mijnen plat, nu wordt ze alsnog postuum geëerd
In dit artikel:
In Heerlen is woensdag het Femy Efftinkpad onthuld, een pad vernoemd naar Femy Efftink uit Hengelo, die in het voorjaar van 1943 een cruciale rol speelde bij het ontketenen van de April-meistaking. Als telefoniste bij machinefabriek Stork belde Efftink toen zo veel mogelijk klanten en contacten door het hele land op om hun werknemers tot staking tegen de Duitse bezetter op te roepen. Ook de Nederlandse Staatsmijnen in Zuid-Limburg hingen aan de lijn en besloten mee te doen, wat in Limburg tot een van de breedst gehoorde stakingsoproepen leidde.
Efftink was begin twintig toen de oorlog uitbrak; als 27‑jarige vervulde zij met haar telefooncentrale een verbindende rol binnen het verzet. Naast het mobiliseren van werknemers hielp ze ontsnapte Franse krijgsgevangenen via Brabant en Limburg terug naar Frankrijk en verspreidde ze geld, voedselpakketten en bonnen onder onderduikers. Die activiteiten waren riskant, maar droegen bij aan een landelijke werkonderbreking waarbij naar schatting zo'n 500.000 mensen het werk neerlegden.
Familieleden uit Hengelo waren bij de onthulling aanwezig; kleindochter Maike Marcela gaf aan extra trots te zijn op haar grootmoeder. Wethouder Casper Gelderblom benadrukte dat Femy goed past in de gemeenteplannen om veertien slachtoffers en verzetshelden een plek te geven. Wie in Heerlen destijds precies de historische telefoontjes aanpakte, is niet meer te achterhalen, maar in Limburg wordt Efftink gezien als de aanstichter van de voorjaarstaking tegen de Duitse bezetter.