Badhuis weer dicht: na ruim veertig jaar overbodig geworden door opening nieuw en overdekt Sportfondsenbad (slot)
In dit artikel:
Op 12 januari 1918 kocht de gemeente Venlo het badhuis aan de Valuasstraat van de Venlosche Badhuis Maatschappij; de overeenkomst werd namens de maatschappij ondertekend door Jos Mattousch en namens de gemeente door burgemeester Van Rijn en secretaris Nouwen. Een raadsbrede commissie steunde de aankoop nadat bleek dat de gemeente financieel geen risico liep en uitbreiding op termijn mogelijk was. Na een renovatie opende het badhuis in maart 1918 zijn deuren opnieuw.
Kort daarvoor, op 21 januari 1918, bood W.C. Pieters zich schriftelijk aan als badmeester; de functie stond op de begroting voor 550 gulden. Ondanks het optimisme bleven exploitatietekorten een zorg in de volgende jaren. Toch zou het badhuis minder dan twee decennia later overbodig blijken. In 1923 werd in Amsterdam N.V. De Sportfondsen opgericht en dat leidde in Venlo tot de bouw van een overdekt Sportfondsenbad aan de Hamelstraat/Walstraat. Vanaf de jaren dertig ontstonden bovendien andere zwemmogelijkheden, zoals bad De Onderste Molen en openwaterlocaties.
In september 1935 kondigde burgemeester Berger de sluiting van het badhuis aan; per 23 september 1935 werd het pand buiten gebruik gesteld, na de opening van het nieuwe Sportfondsenbad. Het adres veranderde later toen in 1953 delen van de Valuasstraat werden hernoemd naar Mgr. Nolensplein. Het gebouw huisvestte daarna nog de Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer Venlo, maar werd uiteindelijk in 1972 gesloopt.