Beek bracht na de oorlog 'zwart geld' bijeen voor de missie van pater Toin Voncken
In dit artikel:
Joseph Jan Antoon “Toin” Voncken (1915–1964) uit Beek wilde missionaris worden en trad in 1934 toe tot de Montfortanen; in maart 1941 werd hij priester gewijd, maar door de Tweede Wereldoorlog konden missionarissen niet vertrekken. Na de bevrijding ontstond in Nederland een acute geldproblematiek: door Duitse geldinjecties en zwarte handel ontstond inflatie, waarna minister Lieftinck een geldsanering aankondigde. Voor 26 september 1945 moesten alle papieren geldbiljetten worden ingeleverd; iedereen kreeg tijdelijk het zogenaamde “Tientje van Lieftinck” om de tussenliggende periode te overbruggen.
In die sfeer organiseerde de lokale jeugdvereniging De Jonkheid van de Bourgogne in Beek op 4 en 5 augustus 1945 een omvangrijke fancy fair om geld in te zamelen voor pater Toin, zodat hij alsnog op missie kon gaan. Het programma bevatte kermisattracties, een dansvloer, een lachspiegeltent en toneelvoorstellingen door het Zuid-Limburgs Toneel: De Vrek en Adam in Ballingschap. De voorstellingen waren uitverkocht en de kaartverkoop leverde 3.200 gulden op; de opbrengst van attracties, verkoop en consumpties bedroeg aanvankelijk 17.520,10 gulden. Uiteindelijk bracht de actie in totaal circa 19.500 gulden op, een voor Beek ongekend hoog bedrag, met ruim tweeduizend bezoekers.
Dankzij die inzameling kon Toin in april 1946 naar het bisdom Sintang op Borneo vertrekken. Tijdens verlof in Beek in 1963 werd hij opnieuw ziek; in Jakarta bleek een kwaadaardig gezwel in zijn buik en hij keerde terug naar Nederland voor behandeling. Pater Voncken overleed op 12 januari 1964 in een ziekenhuis te Heerlen. De fancy fair bleef in Beek herinnerd als een bijzondere lokale inspanning die in moeilijke naoorlogse tijden een missie mogelijk maakte.