Van onverwacht telefoontje naar musicalster: 'Waarom heb je me in godsnaam hiervoor gevraagd?'
In dit artikel:
Deze week zijn de repetities begonnen voor Bokkenrijders, de nieuwe spektakelmusical van regisseur-producent Servé Hermans in samenwerking met Toneelgroep Maastricht. Acteur Martijn van der Veen — geboren en getogen in Ulestraten — is voor de vierde keer op rij betrokken bij een Limburgs project van Hermans; hij ervaart het spelen dicht bij huis als bijzonder omdat publiek en spelers samen “ons verhaal” delen.
Van der Veen en Hermans kennen elkaar al bijna 25 jaar van de Toneelacademie in Maastricht. Hun loopbanen sloegen verschillende kanten op: Hermans bouwde een carrière als maker van grootschalige muziektheaterproducties, terwijl Van der Veen trouw bleef aan het acteren op het podium en later ook film- en tv-werk deed. Hun samenwerking kreeg een nieuwe impuls in 2021, toen Van der Veen door Hermans werd gevraagd voor Dagboek van een Herdershond — een aanbod dat hem aanvankelijk verraste, gezien zijn eerdere terughoudendheid tegenover musicals.
Bokkenrijders vertelt het verhaal van de gelijknamige roversbende uit het eind van de 18e eeuw die in Limburg en delen van België stal uit armoede, waarna honderden vermeende leden meedogenloos werden vervolgd. Van der Veen speelt de beul en ziet parallellen met hedendaagse vormen van heksenjacht en het aanwijzen van onderdrukte groepen. Volgens hem verschilt Hermans’ werk bewust van grote heldenepossen: hier staan de underdog en collectieve geschiedenis centraal — een insteek die volgens Van der Veen past bij de Limburgse identiteit.
De voorstelling is van 3 tot en met 27 juni te zien in Stadion de Geusselt in Maastricht, dat voor de gelegenheid tot openluchttheater wordt omgebouwd. Op de bühne staan behalve Van der Veen ook Suzan Seegers, Milan van Waardenburg en Buddy Vedder, aangevuld met spelers van ’t Mestreechs Volleks Tejater, tien paarden en één bok. De productie combineert traditioneel spel met spectaculaire middelen: onder meer zeshonderd drones worden ingezet. De regie is in handen van Servé Hermans en Peter Noten.
Achtergrond: Hermans bracht eerder Limburgse verhalen al in musicalvorm, zoals Het was Zondag in het Zuiden en Het Geluk van Limburg — laatstgenoemde was voor Van der Veen erg persoonlijk vanwege zijn familieband met de mijnwerkersgeschiedenis.