Broedparasiet de koekoek blijft een buitenbeentje
In dit artikel:
Piet Schuttelaar schrijft deze week vanuit zijn natuurhuisje in Stein over de koekoek, een vogel die in geluiden veel bekender is dan in gezicht. Zijn karakteristieke roep leeft voort in liedjes en in de traditie van de koekoeksklok; al in 1629 beschreef Philipp Hainhöfer een vroeg type klok met het vogeltje.
Schuttelaar vertelt dat hij de koekoek jarenlang vooral had gehoord en pas eind april tijdens een van zijn tochten eindelijk een tevredenstellende waarneming en foto kon maken. Biologisch is de koekoek (Cuculus canorus) een opvallende verschijning: hij heeft een aanpasbare teenstand (twee tenen naar voren, twee naar achteren) waardoor hij zich goed op takken kan schikken, en hij eet vooral rupsen, ook de harige soorten die veel andere vogels laten liggen.
Het meest intrigerende is het broedparasitaire gedrag: koekoeken bouwen geen nest maar leggen hun eieren in nesten van kleine insectenetende zangvogels. De jongen zijn instinctief sterk competitief en werken eieren en nestgenoten uit het nest, waardoor zij alle voedsel en zorg opeisen. Koekoekseieren variëren en zijn vaak aangepast aan die van de gastvogel. Ook blijft er discussie over de manier van leggen: of het ei direct via de cloaca in het nest wordt geplaatst of dat het eerst op de grond wordt gelegd en daarna met de snavel in het gastnest gebracht.
Piet Schuttelaar is eindredacteur van De Natuurgids.