Burgemeester Verheijen van Sittard-Geleen wil schulderkenning van de overheid voor Molukse verhaal

zaterdag, 9 mei 2026 (18:20) - L1 Nieuws

In dit artikel:

In Geleen onthulden Molukse bewoners zaterdag aan de Potterstraat een monument ter herdenking van de komst van Molukse KNIL-soldaten en hun gezinnen naar Nederland, 75 jaar geleden. Burgemeester Hans Verheijen beloofde de gemeenschap dat hij een brief zal sturen aan premier Dilan Yesilgöz-Zegerius (in het artikel genoemd als Jetten) met het verzoek om erkenning en waar mogelijk compensatie voor wat de Molukse gemeenschap is aangedaan.

Achtergrond: na de onafhankelijkheid van Indonesië (1949) verloren veel KNIL-soldaten hun positie. Ongeveer 12.500 Molukkers, vooral militairen en hun gezinnen, werden in 1951 naar Nederland gehaald met de verwachting dat hun verblijf tijdelijk was en in het licht van beloftes over steun aan een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken (RMS). Voor aankomst werden veel militairen al ontslagen; zij werden gehuisvest in oude kampen en afgelegen woonplaatsen, waardoor het tijdelijke verblijf permanent werd. Die teleurstelling leidde bij vroege generaties tot gevoelens van verraad en uitsluiting en droeg later bij aan gewelddadige incidenten in de jaren zeventig, waaronder treinkapingen.

De onthulling vond plaats onder een lentezonnetje en begon met een kerkdienst geleid door een 85-jarige Molukse dominee. Het kunstwerk, ontworpen door Maarten van den Berg, toont het woord "Bebas" — wat "vrij" betekent — omringd door termen die de reis en pijn van de gemeenschap verbeelden. Tijdens de plechtigheid waren meerdere generaties aanwezig; bewoners dragen tradities voort, zichtbaar in kleding (rode sjaaltjes), muziek en gedeelde maaltijden. Buurtbewoner Guus Manuhutu lichtte toe dat de eerste generatie inmiddels is overleden en dat woningen binnen de buurt vaak eerst aan mensen met Molukse wortels worden toegewezen.

Verheijen benadrukte zowel het leed als de veerkracht van de Molukse gemeenschap: ondanks marginalisering hebben velen een bestaan opgebouwd en cultuur overgedragen. Toch vindt hij een monument alleen onvoldoende; hij pleit voor concrete, zichtbare stappen van de rijksoverheid om recht te doen aan de geschiedenis, inclusief mogelijkheden voor herstel en compensatie. De aanwezigen ontvingen zijn toezegging met voorzichtig applaus — men wil concrete daden zien voordat men erop vertrouwt.

Het Geleense monument is de derde in de regio (na eerder in Borrekuilstraat en Sittard-Oost) en moet zowel herinneren als ruimte bieden voor erkenning en gesprek op nationaal niveau.