Carnavalswagen bouwen steeds duurder, daarom betalen gemeenten mee
In dit artikel:
De kosten om een carnavalswagen te bouwen rijzen de pan uit: energie, materiaal en verzekeringen zijn fors duurder geworden, waardoor wagenbouwers in sommige gemeenten afhaken. Lokale overheden proberen het tij te keren met financiële steun: Roermond, Roerdalen, Maasgouw, Beesel, Berg en Dal en Bladel geven steun aan bouwgroepen, en de provincie Limburg onderzoekt steunmogelijkheden voor volgend jaar (niet meer op tijd voor dit carnaval).
In Beesel geldt dit jaar een nieuwe regeling: groepen krijgen maximaal €200 per gemotoriseerd voertuig voor deelname aan een optocht. Voor bouwers zoals carnavalsgroep De Prutsers is dat welkom; hun wagen kostte recent ongeveer €3.500, met een eigen bijdrage van rond €70 per deelnemer. Een belangrijk deel van de lasten zijn verzekeringen: groepen moeten voor elke optocht apart een polis hebben. De Vereende, een van de weinige verzekeraars voor praalwagens, rekent in Beesel rond €215 per optocht; in Swalmen betalen deelnemers minder door een collectieve polis.
Verzekeringspremies stegen sinds 2020 met zo’n 19 procent, deels door inflatie en hogere letselschadekosten. Tegelijk zijn regels aangescherpt: een hekwerk van minimaal 1,20 meter en een maximum van twintig personen op een voertuig zijn nu gangbaar. Dat dwingt groepen soms af te bouwen of mensen naast de wagen te laten meelopen.
Belanghebbenden waarschuwen dat het verdwijnen van wagens een verlies van sociale traditie betekent; samen bouwen versterkt gemeenschapsgevoel. De subsidies moeten dat culturele en sociale kapitaal helpen behouden.