De gewone oliekever kan niet zonder solitaire bijen

dinsdag, 9 juni 2026 (11:18) - Dagblad de Limburger

In dit artikel:

Natuurliefhebber Piet Schuttelaar, die vanuit zijn natuurhuisje in Stein om de week een verhaal schrijft, beschrijft een voorjaarswaarneming in Limburg: de gewone oliekever. Tijdens een wandeling over zandpaden en door bloemrijke weilanden zag hij een traag kruipende kever richting bloemen lopen. Deze soort valt op door zijn korte dekschilden zonder onderliggende vleugels: oliekevers kunnen niet vliegen. Vrouwtjes worden ongeveer 3,5 cm, mannetjes blijven klein (tot circa 1 cm); vrouwtjes kunnen er bol van lijken wanneer ze eieren dragen.

Bij verstoring scheiden oliekevers vanaf het achterbeen een gelig vocht af dat cantharidine bevat, een toxische, blaarvormende stof die ooit medicinale toepassingen had maar vanwege bijwerkingen is verlaten. De soort heeft een fascinerende levenswijze die sterk verbonden is met solitaire, ondergronds nestelende bijen: vrouwtjes leggen honderden eitjes in de bodem. Uit die eitjes kruipen beweeglijke, klauwdragende larven (de zogenaamde triungulinen) die op bloemen wachten en zelden weten over te springen op een bezoekend vrouwtje van een solitair bijensoort. Als dat lukt, worden ze mee naar het bijennest gebracht, vervellen tot een potige, pootloze larve, en voeden zich met het bijenei en de bijenkorrels (nectar/pollen). Na een popfase ontwikkelt de jonge oliekever zich in ongeveer een jaar tot volwassen dier.

Schuttelaar is eindredacteur van De Natuurgids en gebruikt deze observatie om de bijzondere parasitaire relatie tussen oliekevers en solitaire bijen te belichten.