De haan was niet altijd klaarwakker: Jocus lag decennialang in diepe slaap, maar vastelaovend ging door

woensdag, 11 februari 2026 (08:04) - Dagblad de Limburger

In dit artikel:

Het verhaal beschrijft de kroniek van Jocus, het Venlose stadsgezelschap dat vanaf 1842 als carnavalesk “hof” ontstond toen welgestelde inwoners een paar dagen per jaar de dagelijkse zorgen wilden vergeten. Met optochten, muziek, dans en uitbundigheid probeerden deelnemers de vastenperiode vooraf feestelijk in te luiden. Al na een paar jaar stokte het officiële hof: in 1845 begonnen geldgebrek, te dure hofkledij en onderlinge conflicten het gezelschap te verlammen, waarna Jocus in slaap viel.

Toch bleef het carnaval in de stad leven, vooral in kroegen en zalen zoals Sjaekske, de Poort van Cleve, Suisse, Offergelt, Van der Valk, Pius en Flora; daar werd onverminderd gezongen en gefeest. Na dertig jaar wekten nazaten van het oorspronkelijke hofpersoneel Jocus nieuw leven in, met opnieuw een stadsoptocht en zelfs gemeentelijke steun. Maar ook deze opleving hield niet altijd stand: na een groot jubileum in 1908 volgde een lange winterslaap van 28 jaar, waarna het hof weer opstond toen nieuwe “prinsen” zich aandienden.

In de jaren dertig manifesteerden zich prinsen als Toën I (Zumdick) en Toën II (Schrijnen); laatstgenoemde leidde het hof twintig jaar en hield het zelfs tijdens moeilijke oorlogsjaren overeind. In 1958 droeg hij het voorzitterschap over aan Sef Hendrikx (in vastelaoveskringen bekend als Vorst Joeccius). Kortstondige onderbrekingen kwamen ook door de Tweede Wereldoorlog (1940–1946) en de watersnood van 1953, maar telkens bleven de vieringen buiten het slapende hof doorgaan.

Kortom: Jocus kent een golvende geschiedenis van ontwaken en inslapen, telkens gered door betrokken families en feestvierders. Ondanks tegenslagen leeft de traditie voort in Venlo en heerst het feestgedruis nog steeds rondom de vastentijd.