De Maas stroomde ooit door Kelmond; zand en grind werden afgegraven, maar maakten ook slachtoffers
In dit artikel:
Twee miljoen jaar geleden stroomde de Maas bij Keulen in de Rijn en schoof geleidelijk westwaarts; tijdens de voorlaatste ijstijd (ongeveer 280.000 v.Chr.) ontstond het huidige Maasdal. Na het terugtrekken van het ijs heerste in Nederland een toendra‑achtig klimaat en bracht de rivier grote hoeveelheden zand en grind mee, waardoor het stroombeeld vaak om losse ophopingen heen week. Die afzettingen liggen nog altijd onder en rond het Limburgse gehucht Kelmond, waardoor op sommige plekken grit tijdens het ploegen aan de oppervlakte komt.
Boeren gebruikten het beschikbare zand en grind aanvankelijk voor het verharden van erven en opritten; vanaf circa 1900 werd er ook aan huis verkocht en ontstonden achter de boerderijen groeves. Verschillende families — onder anderen Gelissen, Voncken, Essers, Hautvast, Roufs en Notten — exploiteerden deze putten. De familie Gelissen opende in 1910 een groeve bij de Hubertusmolen en breidde uit naar een betonfabriek die onder meer betonnen rioolpijpen produceerde; die fabriek sloot in 2012, waarna vragen rezen over herbestemming en noodzakelijke bodemsanering van het braakliggende terrein.
Het landschap toont nog duidelijk oude groeveplaatsen, sommige werden na uitputting gebruikt als stortplaatsen. Geologisch gezien liggen in het westelijke deel van Kelmond jongere Pleistoceenlagen van Westmaas‑afzettingen, terwijl het oostelijke deel diepe, meer dan vijf miljoen jaar oude Mioceenzanden bevat — het bekende “Kelmonder wit zand” dat veelvuldig werd toegepast. Voor de Tweede Wereldoorlog trokken deze bijzondere afzettingen geologen uit binnen‑ en buitenland; Joseph Beckers uit Beek leidde geregeld gegadigden rond.
Groevewerk was gevaarlijk: soms schoven zandlagen onverwacht weg. Een tragisch voorbeeld gebeurde op 28 oktober 1955 in Kelmond, toen vader en zoon Notten werden verrast door een instorting in hun groeve. Omwonenden waarschuwden arbeiders van de nabijgelegen betonfabriek Gelissen, die beiden uit het zand haalden; de vader overleefde, zoon Pie (32) niet. Pie, mijnwerker en actief in het lokale wielrennen, werd op 31 oktober voor het laatst naar de kerk en begraafplaats gedragen.
Vandaag blijven de geologische historie, de zichtbare groeves en de voormalige industriële terreinen in Kelmond herinneren aan de eeuwenlange wisselwerking tussen rivierdynamiek, lokale economie en menselijk ingrijpen — en aan de opgave van het veilig en duurzaam omgaan met de resterende terreinen en verontreinigde grond.