De tijd stond drie jaar stil in Panningen, totdat koster Nicolaas zich ontfermde over het torenuurwerk van de 'kepèl'

woensdag, 6 mei 2026 (08:47) - Dagblad de Limburger

In dit artikel:

Het torenuurwerk van de kapel Onze Lieve Vrouw der Zeven Weeën in Panningen — waar de stad zijn bijnaam ‘Kepèl’ aan ontleent — kreeg in 1722 een prominent uurwerk geschonken door Johan Albert Bouwens van der Boyen, baron van Neeryssch. De schenking hing samen met het huwelijk van zijn dochter op 3 september 1722 met Karel Jozef baron van Overschie. Door verwaarlozing viel het uurwerk na de dood van Bouwens (1728) stil en raakte buiten gebruik.

Historische context: torenuurwerken bestaan al vanaf de late 13e eeuw en waren aanvankelijk bedoeld om op vaste tijden signalen te geven (bijv. voor gebed). Vanaf de vijftiende eeuw kregen klokwerken wijzerplaten en namen ze een centrale rol in het reguleren van markten, arbeidstijden en poorten. Vroege uurwerken waren onnauwkeurig: men stelde de tijd op lokaal middaguur af wanneer de zon in het zuiden stond, vaak via een raampje in de toren. De introductie van het slingeruurwerk door Christiaan Huygens in de zeventiende eeuw verbeterde de precisie aanzienlijk.

Omdat torens blootstaan aan weer en wind vergen klokwerken regelmatig onderhoud. In Panningen benoemden de bestuurders van de heerlijkheid Helden op 18 september 1731 de koster van de kapel, Nicolaas Knops, tot verantwoordelijke voor het onderhoud en regelen van het uurwerk. Als vergoeding kreeg Knops levenslang het gebruik van de zolder van de gemeenteschool en visrechten in het gemeentewater ‘den deyndrick’; dit werd vastgelegd in een akte van de scholtis, schepenen en geswoorens van Helden.

Deze reconstructie van het verhaal is gebaseerd op een artikel in het historisch tijdschrift De Moennik van Heemkundevereniging Helden.