Die van Panningen zijn van 'Kepèl' en noemen zichzelf ook niet Panningenaren maar 'Kepèlse'

woensdag, 15 april 2026 (09:04) - Dagblad de Limburger

In dit artikel:

Panningen heet op kaarten zo, maar wie er woont noemt het Kepèl en zichzelf Kepèlsen. De plaats dankt die officiële naam aan een kapel die in 1638 werd gebouwd en waarin het beeld van Onze-Lieve-Vrouwe van Zeven Smarten staat. Rond het beeld bestaan meerdere herkomstverhalen: volgens één legende stopten ossen uit Ommel die het beeld vervoerden en wilden ze niet verder; een ander verhaal zegt dat het beeld tijdens gevechten uit Grathem naar Panningen werd gebracht; weer een ander suggereert dat dorpsgenoten het beeld uit een boomkapel in Grathem haalden en in Panningen opsloegen. Een welgestelde man, Derick van Oeijen, liet een kapel voor het beeld zetten in de hoop op genezing — en kort daarop volgden, zo worden er verteld, miraculeuze herstelgevallen.

Tijdens de hongersnoden en uitbraken van ziekten in de 17e en 18e eeuw (onder meer ernstige dysenterie in 1702 en 1757) trok de kapel veel pelgrims uit de regio; mensen uit Meijel en Sevenum vonden er volgens overlevering herstel. De kapel ontwikkelde zich tot bedevaartsoord en kreeg zodanig aanzien dat bisschop Sanguessa van Roermond in 1740 het aantal bezoekers vergeleek met dat van Kevelaer en de Kapel in het Zand.

Administratief viel de kapel eerst onder Helden; in 1830 werd Panningen een zelfstandige parochie (met Beringe en Grashoek) en de kapel groeide uit tot kerk. Rond 1910 werd een nog grotere kerk gebouwd en het Mariabeeld verhuisde naar een achterste kapel. Vanaf de jaren vijftig liep de bedevaart terug: veel mensen trokken naar Kevelaer of het Zand, en pogingen van pastoor Kellenaers om de oude pelgrimsstroom te herstellen bleven beperkt succesvol.

Vandaag staat ook deze kerk op de lijst van mogelijke sluitingen, waardoor opnieuw de vraag rijst wat er met het beeld en de traditie zal gebeuren — een echo van eeuwenlange verhalen over aankomst, vertrek en behoud van Maria in Panningen.