Hoe kan het dat er meer sneeuw in Noord-Limburg ligt dan hogerop in de heuvels?
In dit artikel:
Sneeuw kwam dit weekend onverwacht terug in Limburg dankzij een samenloop van weerfactoren. De aanleiding was depressie Anna, die van Zuid-Zweden naar de Oostzee trok en door winden op grote hoogte arctische zeelucht vanaf de Noordzee naar Nederland stuurde. Boven het oppervlak lagen relatief warme zeewateren, terwijl de hogere luchtlagen op circa vijf kilometer diepte met -35 tot -40°C veel kouder waren dan begin december. Dat sterke temperatuurverschil bevorderde het ontstaan van zware, samengroeiende buien die als sneeuw naar het land trokken.
De neerslag viel niet gelijkmatig: Noord-Limburg kreeg de meeste sneeuw doordat de buien vanaf zee met een noordwestelijke wind precies daar het land op trokken. Ten noorden van de lijn Grashoek–Belfeld ligt een pak van ongeveer 10 tot 20 centimeter, een uitzonderlijke hoeveelheid voor plaatsen als Venray en Venlo — sinds 1988 waren er maar vijftien dagen met 10 cm of meer. In Midden- en Zuid-Limburg bleef de hoeveelheid veel geringer (enkele centimeters) omdat de stroming over Engeland en België minder over warm zeewater trok; Engeland creëerde een soort 'schaduw' waardoor daar minder buien ontstonden. Bij een noordwestelijke wind zoals nu had het zuidelijke heuvelland bij Vijlen–Vaals overigens nog veel zwaarder kunnen worden getroffen door stuwingseffecten.
De komende dagen blijft Limburg winterweer houden: dinsdag blijft grotendeels droog, maar woensdag start sneeuw in de ochtend en kan de hele dag aanhouden (Meteo Limburg rekent op ongeveer 3–5 cm, lokaal meer). Ook donderdag zijn er nog enkele sneeuwbuien; de KNMI-waarschuwing voor gladheid geldt voorlopig tot donderdagochtend. Kortom: hoewel winters met veel sneeuw steeds zeldzamer zijn, kunnen tijdelijke, krachtige koude-aanvallen en de juiste windrichting nog altijd voor flink pak zorgen.