'Dit keteltje redde zijn leven': een bijna vergeten verhaal van Arbeitseinsatz in Duitsland
In dit artikel:
10 augustus 1944 staat in het geheugen van Jos Hanssen gebrand: die dag namen Duitse soldaten zijn vader Thei (20) van de straat in Beek en voerden hem naar Duitsland voor de Arbeitseinsatz. Thei werd op de hoek bij bakkerij Gübbels aangehouden terwijl hij met paard en wagen mensen naar Stein bracht. Onderzoek door Hub Kersemakers en Han Frenken laat zien dat in Stein alleen al 116 jonge mannen op soortgelijke wijze werden weggehaald.
In werkkampen, veelal in het Ruhrgebied en ondergebracht in locaties als Keulen, moesten deze mannen onder erbarmelijke omstandigheden werken in de oorlogsindustrie, bij het ruimen van puin na bombardementen en bij het operationeel houden van zwaar getroffen vliegvelden. In Duitsland ontstond een groot tekort aan arbeidskrachten; tussen 1938 en 1945 werden naar schatting 7,7 miljoen niet-Duitse arbeiders ingezet, waarvan in de wapenindustrie uiteindelijk ongeveer de helft uit ‘Fremdarbeiter’ bestond. Wie weigerde riskeerde zware straffen, waardoor velen in het land onderdoken of later door razzia’s van de straat werden geplukt.
Thei overleefde het kamp mede dankzij vindingrijkheid en doorzettingsvermogen: hij gebruikte een klein keteltje om sneeuw te smelten en zo aan schoon drinkwater te komen. Uiteindelijk wogen de ontberingen, hij keerde terug met nog maar 38 kilo op de huid. Na thuiskomst herkende men hem aanvankelijk niet — broodmager, met baard en in gevonden priesterkleding — pas zijn stem maakte duidelijk wie hij was. Later wist hij samen met een kameraad te ontsnappen en legde te voet circa 450 kilometer af naar huis, Nederland weer binnenkomend nabij Winterswijk. De traumatische ervaringen werden zelden besproken; Jos vertelt dat zijn vader vaak zweeg over wat hij had meegemaakt.
Kersemakers vond in archieven weinig terug: vaak is er alleen een aantekening wanneer iemand in een ziekenhuis belandde of een eenvoudige vermelding dat men niet teruggekeerd was van ‘Urlaub’. Het keteltje dat Thei vond en dat hem hielp overleven is het enige tastbare bewijs dat de familie nog heeft. Voor Jos benadrukt het verhaal de noodzaak van blijvende herdenking — zeker op 4 mei — en het belang om te leren van dit vaak vergeten hoofdstuk uit de oorlogsgeschiedenis.