Eekhoorn kijkt met grote ogen om zich heen in het Steinerbos
In dit artikel:
Piet Schuttelaar schrijft vanuit zijn natuurhuisje in Stein over de eekhoorns in het Steinerbos, het voormalige Cortenbosch dat Staatsmijn Maurits in 1938 aankocht om recreatie en natuur toegankelijk te maken voor mijnwerkersgezinnen. Hoewel het bos in de loop der jaren veranderde, blijft de combinatie van ontspanning en natuurbeleving centraal. Aan de rand van de roeivijver staat het IVN-gebouw met de heemtuin ‘De Boschhook’, open dinsdag- en zaterdagochtend van 10.00–12.00 uur, waar ook vrijwilligers welkom zijn.
Schuttelaar en zijn vrouw Rietje lopen vaak een rondje door het bos; bij een bankje onderhoudt hij een klein voederplekje met zaden en noten. Vanaf daar observeren ze tal van vogels—mezen, spechten, boomklevers en vinken—en regelmatig eekhoorns. De column beschrijft het gedrag en de leefwijze van deze behendige knaagdieren: hun gevarieerde dieet (noten, zaden, knoppen, bessen, schors, paddenstoelen, rupsen, vogeleieren en grotere insecten, soms zelfs aarde voor mineralen), het nestbouw in boomkronen dicht bij de stam op minstens zes meter hoogte, en de bouw van het nest uit takjes met mos en gras.
Fysiek kenmerken: grote ogen, gepluimde oren, vijf tenen aan de voet, vier aan de voorpoot, scherpe nagels en een pluimstaart die balans en communicatie ondersteunt; de duim is rudimentair. Natuurlijke vijanden zijn marters en roofvogels, en eekhoorns blijken ook goed te kunnen zwemmen. Schuttelaar is eindredacteur van De Natuurgids.