'Europees poekelen': landen met mijnhistorie helpen elkaar met compensatie

vrijdag, 25 september 2026 (16:49) - L1 Nieuws

In dit artikel:

Vertegenwoordigers van negen Europese mijnbouwlanden kwamen donderdag en vrijdag in Heerlen bijeen om ervaringen uit te wisselen over de afwikkeling en compensatie van mijnschade. De bijeenkomst maakte deel uit van EUMINDA, een Europees onderzoekstraject onder leiding van de Open Universiteit. Het project krijgt 2,3 miljoen euro subsidie en onderzoekt hoe landen omgaan met de langdurige gevolgen van mijnbouw.

Volgens betrokken deskundigen zijn de problemen in de verschillende regio’s vergelijkbaar, maar verschillen de aanpak en het moment waarop schade ontstaat of wordt erkend. In Limburg, waar de mijnen decennia geleden sloten, spelen gevolgen als stijgend mijnwater en verzakkingen nog altijd een rol. In Poolse gebieden zoals Silesië zijn veel mijnen nog actief, maar daar wordt al nagedacht over economische vernieuwing en de gevolgen van de toekomstige transitie.

De Nederlandse deelnemers wezen op de Limburgse tegemoetkomingsregeling. Sinds 2 januari kunnen particuliere huiseigenaren via een eenvoudige procedure vergoeding aanvragen voor schade die door mijnbouw is veroorzaakt. De regeling wordt door het Rijk gefinancierd, loopt in principe tot 2035 en moet ingewikkelde juridische procedures voorkomen. Hoogleraar Michiel Tjepkema noemt de regeling vooruitstrevend en ruimhartig, maar zegt dat de werking nog moet blijken.

De deelnemers bezochten onder meer de voormalige Oranje-Nassau-mijn in Heerlen, die in 1974 als laatste Limburgse mijn sloot, de wijk Vrieheide en de ENCI-groeve in Maastricht. Aan EUMINDA doen universiteiten en overheden uit Nederland, Finland, Polen, Tsjechië, Roemenië, Spanje, Griekenland, Oekraïne en Bosnië en Herzegovina mee.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Wouter de Winther ziet te veel randzaken van Rob Jetten: 'Zorg nou eerst dat je resultaten boekt!'