Feesten rond de meiboom eeuwenoud: dansen rond een boom en venstervrijen
In dit artikel:
In meerdere Limburgse kerkdorpen vieren jongens en jonge mannen (ongeveer 16–30 jaar) in mei eeuwenoude feesten: ze kappen en zetten een meiboom (de mei-den) op en roepen een mei-paar uit. Deze gebruiken — zichtbaar in dorpen als Landgraaf (Groenstraat) en Schinveld — gaan terug tot de middeleeuwen en hebben wortels in Germaanse lentefeesten; de meiboom staat, net als de kerstboom bij Kerst, symbool voor het voorjaar, vruchtbaarheid en voorspoed.
De L1-documentaire Het Mysterie van de Mei-jongens (uitgezonden zaterdag 30 mei, 18:00 en 21:00 uur) volgt generaties deelnemers in de Groenstraat en belicht hoe een traditie daar ruim zeventig jaar geleden nieuw leven werd ingeblazen. De film kreeg zeldzame toegang tot het bijna geheime, fanatiek gespeelde mei-spel waarbij zo’n 150 deelnemers werk en school laten voor wat het is om een week lang met elkaar te strijden om de boom.
Wetenschappelijk is het fenomeen weinig onderzocht; de inmiddels overleden historicus Henk Thewissen wees in 2005 op het gebrek aan bronnen en op het feit dat Limburg lange tijd een agrarische streek was zonder veel archiefvormende instellingen. Zijn proefschrift blijft één van de weinige uitgebreide studies naar de Limburgse jonkheden. Uit bredere historisch-culturele studies blijkt dat jongerenverenigingen al in de Griekse en Romeinse tijd voorkwamen: jonge mannen werden in de puberteit opgenomen in gezelschappen om rituelen en tradities levend te houden (onderzoeker Hermann Usener).
Religieuze en bestuurlijke autoriteiten stonden niet altijd positief tegenover de meifeesten; in het verleden waren er verboden en boetes (bijvoorbeeld 100 gulden) omdat het uitbundige muziek, dans en drank veroorzaakte en angsten opriep over omgang tussen ongehuwde jongens en meisjes. Lokale reglementen illustreerden bovendien hoe contacten tussen jongeren werden gereguleerd: in Puth-Schinnen (reglement 1664) werden jongedochters bij opbod aan jongelingen gekoppeld voor publieke ontmoetingen; venstervrijen — gecontroleerd bezoek op de slaapkamer — was een andere gangbare, strak bewaakte vorm van kennismaking, genoemd door cultuurhistorici zoals Gian Caduff. Wanneer outsiders zich bemoeiden, leidde dat soms tot vechtpartijen en gerechtelijke zaken, zoals in Rijckholt (1758) en incidenten in Swalmen en Maastricht.
Veel hedendaagse mei-verenigingen stammen uit een heropleving in de jaren vijftig. De Mei-jongens van de Groenstraat werden bijvoorbeeld in 1957 opgericht na een fanfarereis naar Oostenrijk; oprichter Johnny Michorius: "In Oostenrijk zagen we een meifeest. Met geld dat over was van de reis hebben we toen de Mei-jongens opgericht." In Schinveld leidde een boomroof en daaropvolgende diefstal in 1954–55 tot het ontstaan van het nog altijd gespeelde mei-spel: een soort tikkertje, maar dan met een boom.
De documentaire brengt die sociale verbondenheid, de rituelen en de spanning tussen traditiebehoud en maatschappelijke regels in beeld, en laat zien waarom deze ogenschijnlijk knusse dorpsfeesten voor deelnemers zoveel betekenis hebben.