Geert Wilders zit bijna 10.000 dagen in de Tweede Kamer, maar wat heeft hij bereikt?
In dit artikel:
Woensdag zit Geert Wilders 10.000 dagen in de Tweede Kamer — langer dan elk ander volksvertegenwoordiger. Als oprichter, leider en enige formele lid van de PVV speelt hij al decennialang een prominente, vaak polariserende rol in de Haagse politiek.
Wilders (geboren 1963 in Venlo, havo St. Thomascollege) debuteerde in de Kamer in 1998 bij de VVD en brak in de jaren daarna met die partij om in 2006 de PVV te starten. De partij groeide eerst sterk (van negen zetels in 2006 naar een piek van 37 zetels in 2023), maar zakte bij de meest recente verkiezingen naar 26 zetels en kromp verder door het vertrek van zeven dissidenten, onder wie René Claassen.
Zijn imago is dubbel: hij wordt door velen gezien als een sterke debater en doorgewinterde politiek strateeg, maar vooral bekend om radicale, vaak beledigende uitspraken over de islam en migratie — voorbeelden zijn oproepen tot een koranverbod en provocerende uitspraken over Marokkaanse Nederlanders. Een beruchte toespraak uit 2014, waarin hij het publiek vroeg of men “meer of minder Marokkanen” wilde, leidde tot een veroordeling voor groepsbelediging. Die retoriek heeft Wilders ook veel vijanden opgeleverd: sinds 2004 leeft hij onder zware beveiliging en verblijft hij op onbekende locaties vanwege aanhoudende doodsbedreigingen; in 2023 werd bijvoorbeeld een Pakistaanse man veroordeeld voor een poging tot het uitlokken van moord op hem.
Intern blijft de PVV sterk gecentraliseerd. Vertrokken Kamerleden noemen een autocratische bestuursstijl: Wilders neemt volgens hen vrijwel alle beslissingen, eist volledige gehoorzaamheid en continue bereikbaarheid. Een recent wetsvoorstel van D66’er Joost Sneller om partijen verplicht leden te laten toe staan en hen inspraak te geven in programma en kandidatenlijst, wordt door meerdere partijen (onder andere GroenLinks-PvdA en CDA) gesteund. Zo’n plicht zou het unieke partijmodel van de PVV — waarin Wilders feitelijk alles bepaalt — ernstig onder druk kunnen zetten; Wilders verzet zich daar krachtig tegen, en ook de opgestapte dissidenten eisten juist meer interne democratie.
Politiek-inhoudelijk heeft Wilders relatief weinig wetenschappelijke successen geboekt: veel van zijn moties en wetsvoorstellen (denk aan een verbod op boerka/nikab) vonden geen meerderheid. Toch is zijn invloed zichtbaar: andere rechtse partijen, zoals VVD en BBB, zijn in hun beleid naar rechts opgeschoven, met strengere standpunten over asielopvang en migratie. Als gedoogpartner in 2010 hielp hij het eerste kabinet-Rutte overeind, maar trok later zijn steun in, wat leidde tot demissionering van dat kabinet; ook recente deelname van PVV-ministers in een kabinet liep stuk nadat Wilders onenigheid over asielbeleid public maakte.
Regionaal houdt Wilders in Limburg nog steeds aanzienlijke steun; bij de laatste verkiezingen in oktober 2025 kreeg hij in 30 van de 31 Limburgse gemeenten de meeste stemmen, al wel met een verlies vergeleken met eerdere jaren.
Na 10.000 dagen in de Kamer blijft Wilders een onmiskenbare, controversiële kracht: langzittend en zichtbaar, vormend voor het politieke debat, maar omstreden in stijl, inhoud en interne bestuurspraktijken.