Gek of geniaal: waarom gaat Dijkman zo ver in het claimen van 'ontdekker van graf van d'Artagnan'?

zondag, 24 mei 2026 (08:20) - L1 Nieuws

In dit artikel:

De arrestatie van de gepensioneerde archeoloog Wim Dijkman afgelopen dinsdag bracht de zaak rond het vermeende skelet van d’Artagnan opnieuw in het nieuws. Dijkman werd aangehouden omdat hij enkele botresten van het onderzochte skelet achterhield; de resten zouden eerst naar het Institut für Rechtsmedizin in München zijn gestuurd en deels weer in zijn bezit zijn gekomen. Hij gaf pas na politieoptreden de botfragmenten terug en werd woensdag na verhoor vrijgelaten; hij blijft verdachte van het overtreden van de Erfgoedwet.

De zaak speelt zich af rond opgravingen die voor veel commotie zorgden, mede door kritiek op Dijkmans werkwijze: betrokkenen zeggen dat hij regels en protocollen geregeld heeft opgerekt. Dijkman heeft dat nooit ontkend en stelt dat hij vooral als adviseur handelde en in overleg met het kerkbestuur opdracht gaf tot handelen. Volgens hem zou de opgraving zonder zijn inzet niet zijn begonnen en zou de gemeente te weinig hebben gedaan om onderzoek te stimuleren.

Juridisch is van belang dat bodemverstoring en archeologisch onderzoek in gebieden met archeologische verwachtingswaarde vergunningplichtig zijn; vondsten moeten snel worden gemeld en zorgvuldig worden behandeld. Overtredingen kunnen leiden tot hoge boetes (tot circa 22.500 euro) of, in extreme gevallen, gevangenisstraf.

Achter Dijkmans handelen zit volgens hemzelf meer strategie dan impuls. Hij zegt de botten eerst naar München te hebben gestuurd omdat het “niets mocht kosten” en hij via een bekende toegang had tot het instituut. Het later vasthouden van resten zag hij als onderhandelingsmateriaal: alleen via samenwerking met buitenlandse labs (München, Leuven) zouden definitieve DNA-uitslagen en identificatie mogelijk zijn, vindt hij. In Nederland — met name in Deventer — is volgens Dijkman onvoldoende expertise aanwezig voor die rol.

Dijkman zoekt bewust de publiciteit en heeft herhaaldelijk de media opgezocht, wat hem veelal als de publieke boosdoener neerzette. Hij ontkent iets te verbergen; bij verhoren trad hij zonder advocaat op en zegt hij bereid te zijn alle vragen te beantwoorden. De recente aandacht leverde hem al publieke steun op van onder anderen de voormalige Franse honorair-consul Camille Oostwegel en aangescherpte politieke belangstelling op lokaal niveau.

Hij dreigt er zelfs mee, als het tot strafzaken komt, een persconferentie te houden en betrokken ambtenaren publiekelijk te noemen. Dijkman hoopt bovendien dat Frankrijk zich met de kwestie gaat bemoeien — het idee dat vaststelling van d’Artagnans identiteit tot diplomatieke spanning tussen Nederland en Frankrijk kan leiden, circuleert reeds in Franse media.

De gemeente Maastricht en het kerkbestuur weigeren voorlopig diepgaand te reageren zolang onderzoeken lopen; het kerkbestuur betreurt vooral dat materiaal is achtergehouden. Voorop blijft de vraag of het skelet werkelijk toebehoort aan d’Artagnan, de 17e-eeuwse Franse musketier die wereldwijde bekendheid kreeg via Dumas’ romans — een identiteit die alleen met zorgvuldig, gedeeld onderzoek en DNA-analyse overtuigend kan worden vastgesteld.