'Grote zorgen om onderzoek d'Artagnan door fouten bij opgraving Dijkman: zeker helft onbruikbaar'

donderdag, 28 mei 2026 (20:20) - L1 Nieuws

In dit artikel:

Bij de opgraving van het vermeende skelet van d'Artagnan in de Sint-Petrus-en-Pauluskerk in Wolder zijn mogelijk ernstige fouten gemaakt, waardoor identificatie nu sterk bemoeilijkt is. Bronnen rond het onderzoek aan L1 melden dat meer dan de helft van het botmateriaal is verstoord en deels onbruikbaar. De resten liggen inmiddels bij hogeschool Saxion in Deventer voor verder onderzoek, maar deskundigen waarschuwen dat door de wijze van opgraven een sluitende conclusie lastig tot onmogelijk kan worden.

De opgraving vond begin februari plaats door de gepensioneerde archeoloog Wim Dijkman, zonder vergunning van de gemeente Maastricht. Toen het kerkbestuur de gemeente inlichtte en bleek dat veel van het skelet al blootgelegd was, stelde de gemeente een noodopgravingsplan op en nam op 13 maart de regie over de werkzaamheden. Foto’s en videobeelden tonen dat Dijkman tijdens de eerste opgraving met zijn voeten in het graf stond en botten blootlegde, wat volgens betrokkenen extra schade kan hebben veroorzaakt.

Problemen stapelden zich op: Dijkman zou slecht hebben gedocumenteerd welke resten hij uit het graf haalde en waar die waren gevonden. Verschillende losse botfragmenten zijn volgens verklaringen in plastic schepijsbakjes en in twee blauwe Albert Heijn-tassen bij elkaar gedaan en later aan Saxion overgedragen. Ook is materiaal dat Dijkman had meegenomen naar huis — in keukenpapier en in een Tupperware — pas later teruggegeven. Daardoor moeten onderzoekers nu botje voor botje nagaan welke fragmenten bij het skelet horen en welke afkomstig zijn van andere menselijke resten die in de omgeving lagen. Die reconstructie is tijdrovend en maakt veel vaststellingen moeilijk of onmogelijk.

Ook DNA-onderzoek loopt gevaar: resten zouden met blote handen zijn aangeraakt, waardoor het onmogelijk kan blijken of aangetroffen DNA bij het bot hoort of afkomstig is van degenen die het hebben opgegraven. Eerder had Dijkman materiaal voor DNA-onderzoek naar München gebracht; dat onderzoek stopte toen men meer materiaal vroeg en hij de botten terughaalde, waarna hij werd aangehouden. De studie in München ligt stil; het Deventer-onderzoek omvat koolstofdatering en mogelijk DNA-analyse, waarbij Saxion eventueel samenwerkt met de Universiteit van Leuven als het materiaal dat toelaat.

De gang van zaken roept in de archeologische wereld verontwaardiging op. Vooraanstaanden spreken over beroepsethiek en roepen op tot hernieuwde discussie over gedragscodes en zorgvuldigheid bij opgravingen. Het kerkbestuur voelt zich ernstig misleid en het conflict met Dijkman escaleert. De gemeente Maastricht zegt snel te hebben ingegrepen en wacht het wetenschappelijke rapport af; ze kondigt binnenkort een persconferentie aan. Dijkman houdt vooralsnog radiostilte totdat hij met Saxiononderzoekers heeft gesproken.

Kortom: door twijfelachtige opgravingspraktijken en gebrekkige documentatie is het onzeker of de resten ooit ondubbelzinnig als die van de beroemde musketier kunnen worden aangemerkt.