Hei óp de bank (deel 34): jesjiechte oes 't park

vrijdag, 27 maart 2026 (12:04) - Dagblad de Limburger

In dit artikel:

Vanaf een bankje in het park verschijnt elke twee weken een losse observatie over wat daar gebeurt: de mensen die langskomen, het weer, geluiden op de stoep en alledaagse momenten die opvallen. Deze aflevering beschrijft een middag in de tuin van opa en oma.

Op een warme, zonnige woensdagnamiddag is de kleine Jordy bij zijn grootouders omdat zijn ouders werken. Het is lente: narcissen, krokussen en hyacinten kleuren de tuin, vogels fluiten en opa werkt tussen de bloemen. Jordy en zijn vriendjes zitten op een bankje; aan het begin kijken ze nog naar een iPad, maar de aandacht verschuift snel wanneer opa iets uit de schuur haalt: twee lege conservenblikken met een touw ertussen — een ouderwets blikken-telefoontje. De jongens ontdekken hoe ze elkaar via het touw kunnen horen en roepen en lachen naar elkaar; de iPads blijven ongebruikt op de bank liggen.

De scène legt een eenvoudig, herkenbaar contrast vast: digitale apparaten binnen handbereik, maar het echte plezier komt van een zelfgemaakt speeltje en contact met opa en oma. Opa schuift tussen de bloemen, hoort de stemmen van de kinderen via het blikkenlijntje en lacht. In de schuur knutselen de jongens zelf een tweede telefoontje; het simpele toestel bevordert spel, samenzijn en nieuwsgierigheid.

Tussen de beschrijving door staan korte, poëtische regels over dromen — over binnen- en buitengevoelens, over angst en vreugde, over herinnering en aanwezigheid — die het alledaagse tafereel een reflectieve laag geven.

De column sluit af met een vriendelijke groet en de belofte om over twee weken weer vanaf hetzelfde bankje verslag te doen. De tekst benadrukt hoe kleine, analoge ervaringen en intergenerationele momenten in de lente meer opleveren dan schermtijd alleen, en herinnert aan de waarde van ongestructureerd buiten spelen en eenvoudige vindingrijkheid.