Hei óp de bank (deel 36): jesjiechte oes 't park

vrijdag, 24 april 2026 (12:18) - Dagblad de Limburger

In dit artikel:

Vanaf een bank in het park begint een vast rubriek: elke twee weken wordt er een paar uur gezeten en genoteerd wat er langs komt — mensen, het weer, de kleine dingen op de sokkel — met veel aandacht voor detail en zonder opsmuk. Centraal staat opa Jerard: een stil, pensioenzittend oud-bouwvakker die zijn dagen doorbrengt bij een werktafeltje in de tuin, langzaam een plank bewerkt, een chocoladepapiertje laat rinkelen en koffie slurpt. Hij draagt zijn bril, mijmert en lijkt tevreden met het eenvoudige ritme van de dag.

Jerards levensloop wordt kort geschetst: decennia in de bouw en daarna het onvermijdelijke pensioen; de dokter zei dat hij oud kan worden maar niet meer in de bouw, en Jerard zelf kiest bewust voor zijn plekje op het bankje in plaats van een ander lot. Een buurman staat achter de heg en plaagt hem over langer moeten werken; omstanders reageren met een lach — het tafereel is kleinschalig en warm van toon.

Tussendoor klinken poëtische observaties van het park en de seizoenen: vogels, mos, voorjaarssfeer, bijen en de belofte van zomerwarmte. De tekst mengt dialect en dichtende regels met een journalistieke blik en sluit af met een losse groet: tot over twee weken. Zo geeft het stuk een intiem portret van alledaagse rituelen, gemeenschapsgevoel en het kleine geluk van een vaste zitplaats in het park.