Hei óp de bank (deel 39): jesjiechte oes 't park

vrijdag, 5 juni 2026 (12:04) - Dagblad de Limburger

In dit artikel:

Vanaf een bankje in het park kondigt de tekst een terugkerend initiatief aan: elke twee weken willen de schrijvers delen wat ze meemaken — over de mensen die ze tegenkomen, het weer, de gedachten op het bankje en meer. Het stuk is grotendeels in lokaal dialect geschreven en combineert aankondiging met een korte, observatieve scène en enkele lyrische strofen.

De scène speelt zich af op een zonnige dag met weinig regen. Joeëhan zit tussen de bloemen in korte broek; bij heggen groeien brandnetels, bijen zweven langs de bloesem. Hij aarzelt over de bij, zijn vrouw plukt een blauwe-roze roos en maakt zich zorgen over zijn kledingkeuze en de hitte. Hun gesprek is lichtvoetig — zij wijst op praktische zaken en hij reageert met plagerige opmerkingen over bikini’s en bewondering voor wat het zomerweer tevoorschijn brengt. De sfeer is aandachtig en teder: kleine details (het scharrelen tussen de bloemen, het strelen van een bij langs een bloem, de warmte van de ochtendzon) krijgen ruimte.

Tussendoor staan poëtische regels die het park, de tijd van de dag en het troostrijke ritme van alleen-zitten op het bankje verbeelden: avondrust, het wiegen van het hoofd, warmte in de morgen en vertrouwen in een nieuwe dag. Het stuk sluit met een vriendelijke groet en de belofte tot een volgende aflevering over twee weken.

Kortom: het is een buurtig, zintuiglijk portret en een uitnodiging om via een reeks van tweewekelijkse stukjes de alledaagse ontmoetingen en seizoenswisselingen in het park te volgen.