Het fenomeen bloemenkoningin verwelkte in Mechelen na elf jaar

woensdag, 11 februari 2026 (14:04) - Dagblad de Limburger

In dit artikel:

Op 19 februari 1957 meldde Het Limburgsch Dagblad dat Antoon Peute na twee jaar als prins nu werd aangeduid als de eerste carnavalskeizer van Limburg. De krant berichtte ook over de lokale traditie van De Breuzelère in Mechelen: sinds 1955 koos die vereniging naast hun prinsenwagen ook een aparte bloemenkoningin. Lily Lindelauf-Peute was in 1955 de allereerste bloemenkoningin; in totaal zou De Breuzelère tussen 1955 en 1966 twaalf bloemenkoninginnen kennen.

De verkiezing vond plaats tijdens een dansavond: aanwezigen kochten papieren bloemen en gaven die aan hun favoriete kandidaat; wie aan het eind de meeste bloemen had, werd gekroond. Het evenement leverde inkomsten op voor de carnavalsvereniging en ging gepaard met het maken van een koninklijke jurk, bloemversieringen voor een stola of wagen, en een hofhouding van hofdames die ook passend moesten worden gekleed. Buurtbewoners hielpen vaak mee met de bouw van de prinsen- en bloemenwagen.

De praktijk leverde kleurrijke anekdotes op: jonge winnaressen kregen soms gedoe met ouders of autoriteiten omdat ze nog niet volwassen waren of omdat ouders bezwaar hadden tegen de rol. Als gekozen koningin werd van haar verwacht dat zij zoveel mogelijk bij carnavalsactiviteiten aanwezig was; in 1963 deed bijvoorbeeld bloemenkoningin Annie Schreuder-Ploemen mee in het gevolg van de eerste gemeenteprins van Wittem.

In de loop der jaren nam de belangstelling af: minder ongehuwde kandidaten, terughoudende partners, verdwijnende mode van hofdames en vooral de financiële lasten die de koningin zelf droeg. Na het seizoen 1965–1966 besloot het bestuur van De Breuzelère daarom te stoppen met de verkiezing. Lily Lindelauf-Peute opent de reeks; Mia Mohnen‑Vluggen (1966) wordt de laatste in deze lokale carnavalstraditie.