Het volume kan een tandje minder op de podia zeggen kenners (maar het werkt niet altijd)
In dit artikel:
De roep om liveoptredens nog zachter te maken, krijgt gemengde reacties van Limburgse muziekprofessionals. Aanleiding is een optreden van Blaudzun in de Melkweg, waar het volume werd begrensd op 95 decibel. Hij wil benadrukken dat muziek niet steeds harder hoeft te klinken om het publiek te bereiken.
Sinds 2023 geldt in Nederland voor indoorlivemuziek een richtlijn van maximaal 103 decibel. Volgend jaar evalueren popzalen, bioscopen, concertorganisatoren en het RIVM of die norm voldoende bescherming biedt tegen gehoorschade.
Gitarist Mark Vergoossen uit Echt, actief in onder meer Baby Killed the Roses en een Thin Lizzy-tributeband, vindt 95 decibel voor metal- en hardrockconcerten waarschijnlijk te zacht. Tegelijk heeft hij beginnende tinnitus en zet hij zijn versterker zachter als de geluidstechnicus dat vraagt. Vooral kleine zalen kunnen volgens hem schadelijk zijn.
Geluidstechnicus Niels Jensen uit Baarlo, bekend van Rowwen Hèze en DeWolff, steunt de ontwikkeling naar lagere volumes, maar ziet grenzen per muziekstijl. Stonerrock zou op 95 decibel aan kracht verliezen, terwijl zachter mixen bij bijvoorbeeld theaterconcerten juist de verstaanbaarheid en concentratie verbetert. Concertpromotor Roger Rutten uit Roermond wijst erop dat jonge muzikanten bewuster omgaan met hun gehoor, onder meer dankzij in-ears, maar dat hij zelf blijvende gehoorschade heeft opgelopen.
De verantwoordelijkheid ligt volgens de betrokkenen bij zowel organisatoren, muzikanten als bezoekers. Organisaties moeten de geluidsnorm handhaven en geluidsoverlast voor omwonenden beperken; bezoekers kunnen zelf gehoorbescherming dragen. De vroegere cultuur van steeds harder spelen en grote ego’s op het podium lijkt daardoor langzaam te verdwijnen.
Vandaag Inside: Chris Woerts pleit In de Wandelgangen voor ingrijpende verandering in Nederlandse Eredivisie