Hoe warm voelt het echt? En wat zegt het nieuwe hittekrachtcijfer?

vrijdag, 29 mei 2026 (16:03) - L1 Nieuws

In dit artikel:

Limburg zit op de achtste dag van een vroege hittegolf: mensen zoeken verkoeling, zweten en klagen over de broeierigheid; ook vrijdag en zaterdag blijft het heet. Tegelijk kondigt het KNMI een nieuw meetinstrument aan: vanaf 2 juni verschijnt in stappen in de KNMI-app een hittekrachtindex van 0 tot 10, later dit jaar aangevuld met een kaart die regionale verschillen toont.

De index is gebaseerd op het principe van de Wet Bulb Globe Temperature (WBGT), een internationaal gebruikte maat voor hittestress die niet alleen naar luchttemperatuur kijkt maar ook naar luchtvochtigheid, zonnestraling (de zogenaamde globetemperatuur) en wind. Omdat KNMI-weerstations niet standaard nattebol- en zwartebolmetingen uitvoeren, berekent het instituut een afgeleide score met eigen formules en voegt daarbij windkracht (Beaufort) en UV-index. De KNMI toont zowel de maximale hittekracht (meestal tussen 14:00–16:00 uur) als de waarde per uur.

Het doel is praktisch: een eenduidiger aanwijzing geven wie door de hitte risico loopt — ouderen en andere kwetsbaren, sporters en deelnemers aan evenementen (zoals de Wandelvierdaagse), buitenwerkers en hulpdiensten. Voor sportevenementen bestaan al gedifferentieerde criteria: tijdens de Vierdaagse werd in 2014 bijvoorbeeld 28°C (WBGT) als kritisch beschouwd voor wandelen; bij hardlopen gelden andere grenzen (rond 26°C bij hoge inspanning, 30°C bij lage inspanning). KNMI wil de Engelse WBGT-term publiekvriendelijker maken, maar erkent dat het publiek eerst ervaring nodig heeft om het verschil tussen bijvoorbeeld hittekracht 4 en 8 goed te duiden.

Meteorologen wijzen erop dat hetzelfde temperatuurgetal verschillend kan aanvoelen: droge lucht en een matige bries maken 30°C draaglijker dan 30°C bij hoge luchtvochtigheid en weinig wind. Daarom kan de hittekracht per regio sterk verschillen: Maastricht bereikt vaker waarden van 8 en in zeer warme jaren zelfs 9; hittekracht 10 komt in Nederland zelden voor — in de zuidoostelijke regio’s trad die in de periode 1991–2024 gemiddeld zo’n eens per jaar op.

Kortom: de nieuwe hittekrachtindex moet mensen en organisaties beter helpen inschatten wanneer extra voorzorgsmaatregelen nodig zijn bij warm weer.