Houdt een maatregel veelplegers écht uit de samenleving, of keert de draaideur daarna terug?
In dit artikel:
Agenten hoeven zijn naam niet meer te vragen: één blik volstaat. Rufael (24) zit opnieuw in de verdachtenbank, verdacht van diefstal met geweld op 23 januari bij een Albert Heijn in Weert. Volgens het Openbaar Ministerie stal hij een sixpack bier; toen een medewerker hem tegenhield werd hij agressief en sloeg hij iemand. Camera’s legden de vlucht vast en de politie hield hem later aan.
Voor justitie is dit geen incident maar een patroon. In een half jaar kreeg Rufael zes veroordelingen, meestal voor winkeldiefstal — gemiddeld elke vier weken opnieuw. Omdat hij steeds terugvalt in kleine maar herhaalde delicten, vordert het OM nu een ISD-maatregel: twee jaar plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders. Doel is niet alleen afzondering of straf, maar juist het doorbreken van het draaideurgedrag door intensieve zorg en toezicht.
ISD is een strafrechtelijke maatregel met een maximumduur van twee jaar en geldt als ultimum remedium; alleen veelplegers die aan strikte voorwaarden voldoen komen ervoor in aanmerking (onder meer meerdere veroordelingen in de afgelopen vijf jaar en een groot aantal geregistreerde feiten). Tijdens de maatregel kan de rechtbank tussentijds toetsen of het traject effect heeft en of voortgang richting resocialisatie zichtbaar is. Het OM legt de nadruk op zorgvuldig dossieronderzoek, omdat zaken complex kunnen zijn — bijvoorbeeld bij lopende hoger beroepen.
De uitvoering ligt bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). In Nederland bestaan tien ISD-afdelingen binnen penitentiaire inrichtingen (geen in Limburg; voor vrouwen is er één in Zwolle). Daarnaast starten voorbereidende trajecten in huizen van bewaring. Volgens DJI volgen momenteel 324 mensen een ISD-traject. Medewerkers op die afdelingen zijn speciaal opgeleid voor deze doelgroep.
Inhoudelijk omvat een ISD-traject intensieve behandeling en begeleiding: in de beginfase verblijf in de inrichting met diagnostiek en behandeling; later mogelijk begeleid wonen, behandeling buiten de inrichting of opname in een kliniek. Programma’s richten zich op werk of onderwijs en hulp bij schulden, huisvesting en inkomen. Onderzoek van het WODC toont dat ex-ISD’ers vaker werk hebben en minder recidiveren dan vergelijkbare veelplegers, vooral wanneer zij tijdens de maatregel forensische zorg ontvangen.
Het OM motiveert de toepassing vooral met het verminderen van nieuwe criminaliteit en het tegengaan van een structureel gevoel van onveiligheid dat veelplegers veroorzaken. Officier van justitie Monique Smits noemt ISD’ers “mensen die écht hulp nodig hebben” en benadrukt dat aangiftebereidheid van het publiek belangrijk blijft.
Voor Rufael lijkt een ISD-traject waarschijnlijk, maar succesvolle plaatsing en behandeling vergen ook zijn medewerking. In de rechtszaal keek de officier nog één keer naar het dossier, waarna Rufael door de parketpolitie werd meegenomen — een volgend hoofdstuk in een patroon dat justitie probeert te doorbreken.