IJsheiligen voorbij, maar kans op vorst nog niet verdwenen in Limburg
In dit artikel:
Afgelopen nacht werd het in delen van Limburg flink koud, maar officieel was er geen nachtvorst: op meethoogte van 1,5 meter bleef het in Horst aan de Maas +2,4 °C, in Ell/Haler +3,0 °C en in Beek +3,4 °C, meldt Meteo Limburg-woordvoerder Thijs Zeelen. Wel lagen temperaturen op tien centimeter boven de grond rond 0,9–2,5 °C, waardoor autoruiten en gras oppervlakkig konden bevriezen en er een dun ijslaagje ontstond. Op enkele andere plekken in Nederland werd het wél echt koud: het KNMI-station Eindhoven noteerde −0,3 °C en op de Veluwe daalde de temperatuur tot −0,5 °C.
Zeelen legt uit dat er verwarring ontstaat door terminologie: “vorst” wordt gemeten op 1,5 meter hoogte; de historische term “nachtvorst” verwijst eigenlijk naar vorst aan de grond (10 cm). Hoewel de IJsheiligen — traditioneel van 11 tot en met 14 mei — officieel al voorbij zijn, betekent dat niet dat nachtvorst onmogelijk is. Voor de komende nacht verwacht Meteo Limburg opnieuw heldere omstandigheden en lagere beginsommen, waardoor het op sommige plaatsen aan de grond kort licht kan gaan vriezen. Het zal volgens Zeelen “erom spannen”.
De tekst plaatst de huidige koudeperiode in een historisch perspectief. Tijdens de IJsheiligen in mei 2020 trad in Limburg lichte vorst op door een harde noordelijke wind; voor KNMI-station Beek was dat toen de koudste nacht voor de tweede IJsheiligendag sinds 1946. Ander extremen: 11 mei 1998 bracht bijna tropische 31 °C, en in mei 1945 kende Maastricht zelfs meerdere dagen boven 30 °C. Ook buiten de IJsheiligen kan late vorst voorkomen — berucht is 30 mei 1974 toen het tot −5 °C aan de grond vroor en veel schade veroorzaakte.
Meteo Limburg constateert dat vorst rond de IJsheiligen steeds zeldzamer wordt. Een analyse van mei-data van 1988 tot en met vorig jaar toont dat het na warmere dagen rond 9–10 mei vaak net kouder wordt na de IJsheiligen, en dat de eerste week van mei (rond 4–5 mei) gemiddeld koelere waarden laat zien — iets wat ook dit jaar zichtbaar was.
Tot slot een historische kanttekening: de IJsheiligen vallen tegenwoordig feitelijk op “verkeerde” data door de kalenderhervorming van 1582 (de overgang van Juliaans naar Gregoriaans verschuift de data met tien dagen). Volgens die logica zouden de IJsheiligen nu eerder in de periode 21–24 mei horen te vallen. Traditioneel markeren deze heiligendagen echter al eeuwenlang het einde van de voorjaarsvorstperiode en blijven ze zo in de volkskalender verankerd.