'Illegale graafwerkzaamheden' overschaduwen vondst d'Artagnan, kerkbestuur wil focus op verbinding
In dit artikel:
In de Sint-Petrus-en-Pauluskerk in de Maastrichtse wijk Wolder is eind maart het skelet gevonden dat mogelijk toebehoort aan de Franse musketier d'Artagnan (gesneuveld in 1673). De vondst, eerst wereldnieuws nadat L1 Nieuws er op 25 maart over berichtte, wordt nu overschaduwd door vragen over de rechtmatigheid van de opgraving.
De aanleiding was een verzakking van een deel van de kerkvloer in februari, waarna grondscans en vervolgonderzoek werden uitgevoerd. Bij die werkzaamheden was de gepensioneerde stadsarcheoloog Wim Dijkman betrokken; later raakte ook de gemeente Maastricht erbij betrokken. Omdat de kerk een rijksmonument is, vereist elke bodemingreep een omgevingsvergunning. Die vergunning bleek voorafgaand aan het graven in het schip van de kerk niet te zijn aangevraagd noch verleend, aldus de gemeente — en dat betekent dat de procedures niet volgens de regels zijn gevolgd.
Het kerkbestuur reageert geschrokken en betreurt dat de controverse de focus op de mogelijke historische betekenis van de vondst wegneemt. Men zegt volledig mee te werken aan het lopende onderzoek en vertrouwt erop dat het proces de zorgvuldigheid van het onderzoek recht zal doen. De gemeente heeft de kwestie gemeld bij de Erfgoedinspectie, die nu onderzoek verricht.
Archeoloog Dijkman verdedigt zijn handelswijze: hij zegt het skelet zorgvuldig en volgens beroepsethiek te hebben gedocumenteerd en wil dat zijn professionaliteit wordt erkend. Tegelijk geeft hij toe dat zijn enthousiasme, deels aangewakkerd door historica Odile Bordaz (d'Artagnans biografe) en andere geïnteresseerden, mogelijk heeft geleid tot het niet in de juiste volgorde doorlopen van alle stappen.
De diaken en het kerkbestuur hopen op snelle duidelijkheid zodat de negatieve nasleep kan verdwijnen en de aandacht weer naar de positieve kanten kan: de vondst verbindt mensen en wekt interesse voor gezamenlijke geschiedenis. Als het werkelijk om d'Artagnan gaat, zou het een van de belangrijkste historische ontdekkingen in Nederland kunnen zijn; tot die tijd blijven echter zowel de identiteit van het skelet als de juridische afhandeling onderwerp van onderzoek.