Interview: David Jongen weg bij Zuyderland: 'Minister? Nooit, daarvoor heb ik teveel slaap nodig'

zaterdag, 25 april 2026 (08:49) - L1 Nieuws

In dit artikel:

David Jongen (61) verlaat op 1 mei na veertien jaar het bestuur van Zuyderland en wordt bestuursvoorzitter van het Laurentiusziekenhuis in Roermond. Zijn vertrek markeert wat hij zelf de “laatste stap” in zijn loopbaan noemt: een bewuste keuze om in Limburg te blijven werken, maar op een kleinere schaal dan bij Zuyderland.

Jongen begon als bestuurskundige en werkte lange tijd in Den Haag voor ministeries, de gemeente en het UWV. In 2011 maakte hij de overstap naar de zorg toen hij werd gevraagd bestuurder te worden bij het Atrium-ziekenhuis in Heerlen. Sinds 2015 leidde hij de fusie tussen het ziekenhuis in Heerlen en dat in Sittard-Geleen, waardoor Zuyderland ontstond — een organisatie die nu ongeveer 10.000 medewerkers en bijna 1.000 bedden telt. Onder zijn leiding volgden ingrijpende dossiers: een financiële reddingsoperatie in 2017, de crisisjaren tijdens corona en ingrijpende herstructureringen.

Het meest omstreden besluit van Jongen was het terugschakelen van ziekenhuiszorg in Heerlen: de locatie verliest op termijn een aantal volwaardige ziekenhuisfuncties. Die strategie, zegt Jongen, was noodzakelijk om de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de zorg in de regio te garanderen. De aankondiging leidde tot groot verzet, massale protesten, politieke inmenging (ministerieel bezoek, Kamercommissies en moties) en scherpe discussies in lokale raden. Jongen benadrukt dat inhoudelijke afwegingen volgens hem ondergesneeuwd raakten door politieke framing en misinformatie; hij wijst er tevens op dat veel zorg wél in Heerlen blijft.

De maatschappelijke weerstand had persoonlijke consequenties: Jongen kwam op sociale media onder vuur te liggen, de organisatie schakelde beveiliging in en ook zijn gezin merkte de gevolgen. Hij erkent onrustige nachten en heftige bijeenkomsten — zoals de gezamenlijke raadsvergadering van Parkstad op 15 april 2025 — maar zegt niet overweldigd te zijn geraakt: “Wie moet het dan doen?” was zijn gedachte over doorgaan met moeilijke keuzes.

Per 1 mei wisselt Jongen van een grote naar een veel kleinere instelling: het Laurentius telt circa 1.700 medewerkers en 150 bedden. Voor hem draait de overstap niet om omvang maar om impact en verbondenheid met de regio. In Roermond wil hij zich onder meer richten op intensievere samenwerking met VieCuri (Venlo/Venray), het aanpakken van personeelstekorten en de grote zorgvraag in Limburg. Hij zegt voldoening te halen uit het helpen van mensen in zijn eigen provincie en is benieuwd naar een “nieuwe start” in een vertrouwde omgeving — ook keert hij terug naar een streek waar men zijn dialect begrijpt.

Politieke ambities op landelijk niveau sluit Jongen uit; een ministerspost ziet hij niet zitten vanwege de extreme belasting die publieke topfuncties meebrengen. Zijn keuze voor Laurentius is in zijn ogen een laatste kans om praktisch bij te dragen aan de regio zonder de intensiteit van het Haagse politieke leven.

Kader: Jongen stond de afgelopen jaren voor de opgave om zorg te concentreren om kwaliteit en betaalbaarheid te waarborgen — een thema dat in Nederland breder speelt door personeelstekorten en financiële druk op ziekenhuizen. Zijn vertrek naar Roermond betekent voortzetting van die aanpak binnen een ander organisatorisch formaat, met voortzetting van samenwerkingsafspraken in de Limburgse ziekenhuizen.