Interview: De ontdekker van het mogelijke graf van d'Artagnan kijkt terug op een uitzonderlijke week
In dit artikel:
Wim Dijkman, een Maastrichtse archeoloog die drie jaar geleden met pensioen ging, heeft zich opnieuw actief ingezet bij opgravingen nadat in Wolder mogelijk het graf van de historische d'Artagnan is gevonden. Dijkman noemt de vondst met terughoudendheid en wacht op een DNA-vergelijking in een laboratorium in München; de definitieve uitslag wordt over enkele weken verwacht, mede omdat mogelijk extra botmateriaal moet worden opgestuurd.
Dijkman ziet persoonlijk en regionaal groot belang in de ontdekking. Voor hem kan het de kroon op een lange carrière zijn; voor Limburg betekent het extra aandacht voor erfgoed en toerisme buiten het drukke stadscentrum van Maastricht. Hij legt uit dat Maastricht een uitzonderlijk bodemarchief heeft, met sporen die teruggaan tot 250.000 jaar, en dat er ook buiten het centrum – zoals in Wolder – waardevolle vondsten te doen zijn.
De archeoloog reflecteert op zijn loopbaan (al vanaf zijn twaalfde geboeid door geschiedenis en archeologie) en op de brede rijkdom van Limburgs erfgoed: van het beroemde glasvondstenproject in Roermond en Romeinse en mijnbouwsporen in Heerlen en Parkstad tot Vikingenvondsten zoals het rijk versierde zwaard uit Wessem. Dijkman benadrukt dat die variatie – verschillende regio’s met eigen historische lijnen – juist een kracht is en dat de Maas als verbindende schakel kan dienen.
Op een mogelijk politiek-cultureel discussiepunt, de vergelijking met de Mosasaurus in Parijs, reageert hij laconiek: het debat is volgens hem overbodig; er zijn meerdere mosasaurussen en in Maastricht staat een exacte kopie van het exemplaar uit Parijs. Hij wil liever investeren in de waardering van lokale geschiedenis dan in prestigeclaims.
Concreet voorziet Dijkman economische kansen als de vondst van d'Artagnan bevestigd wordt. Er bestaat al een Route d'Artagnan van zijn geboortedorp Lupiac naar Maastricht; men zou die route kunnen uitbouwen tot een fietstocht met Wolder als eindpunt, wat toerisme, hotels en horeca in die buurt kan stimuleren en tegelijkertijd de binnenstad ontlast. Ook ziet hij mogelijkheden voor de kerk in Wolder: naast religieuze functies zou bij blijvende status als graflocatie beperkte entree kunnen worden gevraagd, vergelijkbaar met voorbeelden in andere steden.
Tot slot pleit Dijkman voor een provinciale erfgoedstrategie die thema’s en periodes beter op elkaar afstemt en benut: voorbeelden zoals het Continuüm in Kerkrade (industrieel erfgoed) en de Romeinse profilering van Heerlen kunnen als model dienen. Hij hoopt ook op verdere opgravingen, onder meer onder de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Maastricht en in de bodem van de Maas, waar volgens hem nog veel verborgen schatten en verhalen liggen die het publiek kunnen boeien.