Interview: Wilfred Alblas, directeur van het Limburgs Landschap is het liefste buiten

zaterdag, 31 oktober 2026 (08:20) - L1 Nieuws

In dit artikel:

Wilbert Alblas, directeur van Stichting Het Limburgs Landschap, maakt zich grote zorgen over de toekomst van de Limburgse natuur. In een gesprek blikt hij terug op de grote natuurbrand in de Boschhuizerbergen bij Oostrum in de zomer van 2026 en spreekt hij over natuurbranden, stikstof en biodiversiteit.

De brand verwoestte een groot deel van het eeuwenoude jeneverbesstruweel, een gebied dat juist vanwege zijn bijzondere natuur in 1931 mede aanleiding was voor de oprichting van Het Limburgs Landschap. Volgens Alblas ging in drie dagen werk van ongeveer dertig jaar verloren. Jeneverbesstruiken kunnen meer dan honderd jaar oud worden en groeien zeer langzaam, waardoor het gebied zich niet snel zal herstellen. Enkele ongeschonden delen konden dankzij de inzet van medewerkers, vrijwilligers en brandweerlieden worden gered, maar het landschap keert niet terug in zijn oorspronkelijke staat.

Alblas vindt dat de brandweer na het blussen te snel is afgeschaald. Het vuur bleef in de bodem smeulen en laaide geregeld opnieuw op. Het Limburgs Landschap moest vervolgens wekenlang toezicht houden, onder meer met ingehuurde aannemers, eigen personeel en vrijwilligers. Ook werd op aandringen van Alblas een drone-team ingezet en bleef ’s nachts nog een brandweerwagen een week langer aanwezig. De extra kosten bedragen volgens hem ongeveer 400.000 euro. De stichting vraagt overheden om mee te betalen, omdat natuurorganisaties volgens Alblas niet verantwoordelijk zouden moeten zijn voor langdurige brandweertaken. Een inzamelingsactie onder burgers bracht al snel 50.000 euro op.

De brand heeft volgens Alblas duidelijk gemaakt dat de huidige aanpak van natuurbranden tekortschiet. De brandweer kan enkele dagen massaal uitrukken, maar natuurbranden vragen soms wekenlange bewaking. Daar is de organisatie niet op ingericht. Ook preventie is nodig. Limburg kent veel droge, eenvormige dennenbossen op zandgronden, die snel vlam vatten. Het omvormen daarvan tot gemengde loofbossen, met onder meer eiken, moet volgens Alblas worden voortgezet of versneld. In de Boschhuizerbergen bleken eiken bovendien minder brandbaar.

Naast branden noemt Alblas stikstof een van de grootste dagelijkse problemen voor natuurgebieden. Sinds het uitbreken van de stikstofcrisis in 2019 verlopen beleidsprocessen volgens hem veel te traag, terwijl de biodiversiteit verder achteruitgaat. Bijzondere planten verdwijnen, heidegebieden worden steeds armer en bomen sterven af. Hij pleit voor een daadwerkelijke vermindering van de stikstofuitstoot. De aangekondigde bufferzones rond natuurgebieden kunnen volgens hem helpen, al begrijpt hij dat dit voor boeren onzekerheid veroorzaakt.

Alblas blijft ondanks zijn zorgen genieten van de natuur. Hij inventariseert in zijn vrije tijd vogels en vlinders. Vooral vlinders vindt hij waardevol, omdat hun aanwezigheid veel zegt over de kwaliteit en ontwikkeling van een landschap. Tegelijk kijkt hij als natuurbeheerder tijdens wandelingen niet alleen naar schoonheid, maar ook naar mogelijke beheerproblemen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Dave Maasland windt zich op: 'In Nederland zijn we alleen maar bezig met verbieden!'