Inwoners Geleen maakten hun huizen spik en span als processie en kermis op komst waren
In dit artikel:
Rond de kermis in Geleen kregen huizen een grondige beurt: muren werden gewit met kalk, onderkanten ingesmeerd met pek of teer en binnen- en buitenkant van het huis extra gepoetst om bezoek op Drievuldigheidszondag (de eerste zondag na Pinksteren) te ontvangen. Ook werd er minstens één volle oven vlaai gebakken; lokaal beschreven variëteiten liepen uiteen van appel tot pruim en rabarber, waarbij de zogenoemde greumelevlaai vaak als favoriet werd genoemd.
Historisch maakte op kermiszondag sinds de 17e eeuw een sacramentprocessie van de kerk in Oud-Geleen naar Sint-Jansgeleen; het Allerheiligste werd in de slotkapel geplaatst en de geestelijkheid ontving gasten in het herenhuis, terwijl de deelnemers een groot vat bier leegdronken. Toen het kasteel niet meer bewoond was, wijzigde de route en later, na de bouw van een nieuwe kerk in Lutterade-Krawinkel in 1864, vertrokken ook daar processies op dezelfde dag. In de periode van de jaren dertig tot vijftig bestonden er soms twee opeenvolgende processiedagen vanuit Oud-Geleen.
De kermis zelf verplaatste zich door de jaren heen: van het plein bij de kerk — waar gedanst werd en tapperijen domineerden — naar het Wilhelminaplein en de Peschstraat zodra grotere attracties verschenen. Burgemeester Felix Smeets legde vast dat sommige attracties na de processie een uur gratis beschikbaar moesten zijn. Lutterade organiseerde daarnaast een eigen kermis bij Tunnelstraat/Waterstraat, en de datum van die van Oud-Geleen kwam te liggen op de eerste zondag van september. Met de aanleg van een verhard Marktplein en nieuwe uitgaansgelegenheden in 1930 vond op 15–17 juni dat jaar de eerste echte kermis op het vernieuwde marktterrein plaats.