Is dit Europa? Limburgse buren verlagen benzine-accijns, tanken Duitsland nog goedkoper
In dit artikel:
Duitsland verlaagt per 1 mei tijdelijk accijns en btw op benzine, waardoor de pompprijs ruim 17 cent per liter daalt; daardoor is tanken in Belgisch Limburg nog altijd meer dan 60 cent goedkoper dan in Nederland. Nederland kiest niet voor een belastingverlaging maar verhoogt de reiskostenvergoeding met 2 cent. Dat verschil in aanpak binnen één EU wekt ergernis in grensregio’s: "We hebben één Europa", zegt Maaseiks wethouder Marck Vereecken, die de grote prijsverschillen problematisch noemt voor zowel Nederlandse als Belgische bewoners.
Belastingtarieven op brandstof vallen onder nationale bevoegdheid, niet onder Brussel. Daardoor kan de Europese Commissie wel voorstellen doen en lidstaten oproepen tot maatregelen (bijvoorbeeld om lagere inkomens te ondersteunen via leaseprogramma’s voor elektrische auto’s en thuisbatterijen), maar niet afdwingen dat accijnzen worden aangepast. De Commissie kan wel tijdelijk versoepelde staatssteunregels toestaan en coördinatie op het gebied van gasvoorraadbeheer stimuleren om concurrentie tussen lidstaten te voorkomen.
Voor Limburg leidt die nationale beleidsvrijheid tot concrete knelpunten op korte afstand: brandstofprijzen verschillen soms meer dan zestig cent per liter binnen enkele kilometers; projecten voor grensoverschrijdende energie-infrastructuur stuiten op tegenstrijdige nationale regels. Voorbeelden zijn het lastige aansluiten op het zonnepark in Herzogenrath, het proefproject Cross-HEAT tussen Kerkrade, Landgraaf en Herzogenrath voor restwarmte, en het feit dat de Clauscentrale in Maasbracht geen stroom aan België mag leveren.
De Duitse energiekeuzes hebben bovendien invloed op luchtkwaliteit en Nederlandse energieafhankelijkheid. Na het vroegtijdig sluiten van Duitse kerncentrales importeert Duitsland nog jaarlijks ongeveer 30 miljard kubieke meter gas uit Nederland — zo’n kwart van het Duitse verbruik — en draait Duitsland veel kolencentrales (zoals bij Lützerath) wat vervuiling over de grens veroorzaakt. Europarlementariër Reinier van Lanschot pleit er daarom voor om bestaande Duitse kerncentrales weer op te starten; andere partijen benadrukken dat versneld inzetten op duurzame energie de beste langetermijnoplossing is om minder afhankelijk te worden van buitenlandse fossiele brandstoffen.
Een harde limiet voor de energietransitie in Limburg is de capaciteit van het elektriciteitsnet. Verwacht wordt dat tot 2031 wachtlijsten voor stroomaansluitingen blijven, wat projecten en verduurzaming van bedrijven en huishoudens belemmert. Het Europese 'Grids Package' bevat voorstellen om de uitbouw van netten te versnellen — onder meer door aanleg minder gevoelig te laten zijn voor stikstofbeoordelingen — maar die voorstellen moeten nog in nationale wetgeving worden omgezet.
Kortom: dezelfde energiemarkt en milieu-effecten, maar uiteenlopende nationale keuzes betekenen dat grensregio’s als Limburg disproportioneel last hebben van tegenstrijdige beleidskeuzes. Europese coördinatie kan tools en incentives bieden, maar verandering op korte termijn blijft vooral een nationale aangelegenheid.