Katholieken vieren plechtige communie en vormsel om band tussen kinderen en de kerk te versterken
In dit artikel:
Tot circa 1965 werd de plechtige communie als zelfstandig feest gevierd; sindsdien gebeurt die meestal tegelijk met het vormsel. De plechtige communie was geen sacrament maar een plechtige herhaling van de doopbeloften, gewoonlijk in het laatste jaar van de lagere school bij de overgang naar voortgezet onderwijs. Kinderen droegen vaak nieuwe feestkleding en ouders lieten herinneringsprentjes maken; vroeger hoorde ook nuchterheid vanaf middernacht bij de praktijk, tot regels daarover in 1953 werden aangepast.
Het vormsel daarentegen is wel een sacrament en wordt door de bisschop (of zijn plaatsvervanger) toegediend. Kenmerkend zijn de handoplegging en de zalving met chrisma (heilige olie); de bisschop verklaart de vormeling daarmee verzegeld door de Geest. Ritueelveranderingen zijn zichtbaar: waar vormelingen vroeger knielden, leggen nu ouders of peter/meter de hand op de schouder van de jongere en noemt deze zijn of haar naam voordat de zalving plaatsvindt.
Doel van het vormsel is volgens de kerk het verdiepen van de band met geloof en gemeenschap en het toerusten van jonge gelovigen om woord en daad te getuigen, zelfs in tijden van vervolging. Samen met de doop en de eucharistie vormt het vormsel de drie inwijdingssacramenten; lokaal is het gebruikelijk dat kinderen het in groep 8 ontvangen, rond 11 à 12 jaar.