Keti Koti krijgt steeds meer plek in Limburg: 'Het is onze gezamenlijke geschiedenis'
In dit artikel:
Keti Koti, de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij op 30 juni en de viering van vrijheid op 1 juli, krijgt in Limburg steeds meer voet aan de grond. Waar het enkele jaren geleden nog nauwelijks zichtbaar was, staan inmiddels op meerdere plekken in de provincie bijeenkomsten, culturele programma’s en herdenkingen gepland. De groei komt volgens organisatoren door meer landelijke aandacht voor het slavernijverleden, bredere bewustwording en interesse van een publiek dat verder reikt dan alleen de Surinaamse gemeenschap.
In Roermond zette Marlene Cameron in 2024 de eerste herdenking op, aanvankelijk klein en bedoeld voor bewoners die anders vooral naar Amsterdam reisden. Die eerste editie trok ongeveer 80 bezoekers en groeide uit tot een jaarlijks terugkerend moment. Cameron ziet Keti Koti vooral als een gelegenheid om stil te staan bij vrijheid, gelijkheid en menswaardigheid, en om het verhaal van het slavernijverleden door te geven aan volgende generaties.
Ook in Venlo merkt organisator Isaiah Jiménez dat de belangstelling toeneemt. Volgens hem was de excuses van de overheid en het koningshuis een omslagpunt: sindsdien kregen lokale initiatieven meer ruimte en steun. In Venlo is daarom een meerdaags programma met een officiële herdenking, muziek, gesprekken en Surinaams eten, terwijl ook Maastricht, Sittard-Geleen en Heerlen eigen activiteiten organiseren.
De hernieuwde aandacht past in een bredere ontwikkeling: Limburg wordt steeds vaker betrokken bij gesprekken over het koloniale verleden. Historisch onderzoek laat zien dat ook Limburgse families en ondernemers voordeel haalden uit slavernij-gerelateerde handel, terwijl in de provincie inmiddels veel inwoners wonen met Surinaamse of Caribische roots.
De Oranjezomer: 'Wat mij opvalt is dat de naam van Mark van Bommel niet voor het Nederlands Elftal genoemd is'