Aardappeloverschot: wat gebeurt er met de Limburgse piepers?
In dit artikel:
Aardappeltelers in Nederland kampen dit seizoen met een groot overschot dat ze niet kwijt raken, waardoor schuren vol liggen en opslagkosten oplopen terwijl de voorraad niets opbrengt. De situatie speelt vooral in Limburg en andere teeltregio’s; de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB) wijst op een mix van marktwerking en weersinvloeden als achtergrond: landbouwproductie laat zich niet zomaar aan- of uitzetten en zowel internationale concurrentie als temperament van de vraag meespelen.
Een deel van de oogst vindt nog een afzetkanaal, maar veel aardappelen moeten naar alternatieven zoals veevoer, verwerking in andere producten of vergisting voor biogas. Die routes zijn echter beperkt en bieden geen structurele oplossing voor de omvang van het overschot. Publieksacties en kortetermijninitiatieven helpen deels, maar lossen het fundamentele probleem niet op.
Praktijkvoorbeeld: teler Rob Engelen uit Arcen bleef zitten met ongeveer 700.000 kilo aardappelen nadat verwerker CêlaVíta failliet ging. Volgens hem waren Nederlandse telers al onder druk door supermarkten die vaker kiezen voor goedkopere importaardappelen, waardoor vraag en aanbod uit balans raakten. Engelen probeerde via een Facebookoproep en samenwerking met No Waste Army een deel van de voorraad te verkopen — vooral om verspilling tegen te gaan — maar een groot deel blijft onverkocht en verkoop daarvan lijkt lastig.
Vooruitkijkend denkt de LLTB dat sommige telers volgend seizoen minder aardappelen gaan telen als ondernemersreactie op de mondiale markt, maar verwacht geen ingrijpende, sectorbrede veranderingen. Engelen overweegt ook minder te gaan telen en pleit voor betere afspraken tussen telers en afnemers om overschotten te voorkomen en eerlijke prijzen te realiseren.