Man die Wijlre in zijn greep hield, verkeerde in psychose en dacht dat mensen hem wilden vermoorden
In dit artikel:
Op 18 juni 2025 zette de 42‑jarige George D. in zijn huis in Wijlre de gaskraan open en dreigde met een explosie, waarna het dorp urenlang hermetisch werd afgesloten. Omdat D. ook munitie, een mortier, een lichtgranaat, campinggasflessen en later ruim 200 steekwapens in huis had, schaalde de politie op: een arrestatieteam, de Explosieven Opruimingsdienst en een drone werden ingezet. Een handgranaat ontplofte kort na afloop in de keuken, maar er raakte niemand gewond. Pas laat in de avond viel de politie de boerderij binnen; D. werd met een taser aangehouden.
De dag vóór het incident had de crisisdienst van ggz‑instelling Mondriaan D. bezocht, maar de medewerkers grepen volgens D. niet in en vertrokken. D. zegt dat hij zich sindsdien niet serieus genomen voelde. In de rechtszaal gaf hij aan dat hij de dagen rond het incident de weg kwijt was en niet sliep; deskundigen stelden dat hij toen in een psychose verkeerde.
Achtergrond vormt een traumatische gebeurtenis in Costa Rica in januari 2024, waar D. gewond en kort vermist raakte na een gewelddadige confrontatie. Terug in Nederland kreeg hij behandeling en medicatie voor een psychose, maar volgens het procesverloop raakte hij later gestopt met medicatie, waarna het op 18 juni misging.
Het Openbaar Ministerie stelde voor de rechtbank dat D. vanwege zijn psychische toestand volledig ontoerekeningsvatbaar is en daarom geen straf hoeft te krijgen. Ook eiste het OM geen tbs‑maatregel; de verklaring van het OM was dat het strafrecht hier geen passend antwoord biedt en dat D. na de zitting zonder voorwaarden vrijgelaten zou kunnen worden. De verdediging noemde die eis een moeilijke boodschap, vooral omdat D. al bijna negen maanden gedetineerd had gezeten. D. zelf zei dat hij een afspraak bij de huisarts wil maken om met een psychiater te praten.
De rechtbank stelde D. na de zitting in vrijheid, vooruitlopend op de formele uitspraak die over veertien dagen volgt. De zaak benadrukt de spanning tussen strafrecht en geestelijke gezondheidszorg: enerzijds het risico dat een extreem incident veroorzaakt wordt door een persoon in psychose, anderzijds de vraag of en hoe zorginstellingen en ketenpartners eerder moeten interveniëren om escalatie te voorkomen.