Moordenaar van Melanie werd eerst afgewezen voor Skaeve Huse, daarna alsnog geplaatst
In dit artikel:
In april 2024 stak Meriam K. Melanie Vrancken (39) dood op het terrein van GGZ-instelling Mondriaan in Heerlen. Maandag begon in de rechtbank Maastricht een serie getuigenverhoren in een civiele zaak die Melanie’s familie heeft aangespannen tegen Mondriaan; de familie betoogt dat de instelling tekort is geschoten en dat Melanie nog geleefd zou hebben bij juiste zorg en veiligheid.
De kernvraag voor de familie is waarom Meriam K. in een van de zogenoemde Skaeve Huse werd geplaatst en welke overwegingen en meldingen daaraan voorafgingen. Skaeve Huse zijn recente woonunits voor mensen met ernstige psychiatrische problemen die elders niet terechtkunnen; bewoners krijgen begeleiding maar behouden veel vrijheid. Het project startte in 2024 en werd na de moord tijdelijk stilgelegd.
Uit verklaringen in de rechtszaal bleek dat de plaatsingsaanvraag normaal door het Veiligheidshuis gescreend wordt — dat is een samenwerkingsverband van gemeenten, politie, justitie en zorgaanbieders. Anna Borghs, procesregisseur bij het Veiligheidshuis, lichtte toe dat zij aanvragen toetsen aan criteria van de partners en informatie doorgeven aan de zorgverlener, in dit geval Mondriaan. Het Leger des Heils had Meriam K. geweigerd wegens impulsief en dreigend gedrag; aanvankelijk wees de gemeente Heerlen in december 2023 een verzoek tot plaatsing af na advies van een gedragswetenschapper. Later besloten gemeente en Mondriaan toch tot plaatsing, omdat volgens betrokkenen medicatie toegediend zou kunnen worden — een beslissing waarbij Borghs zelf vraagtekens plaatste gezien het dreigende gedragsbeeld.
Voorafgaand aan de plaatsing waren er meerdere meldingen over Meriam: overlast in het huis van haar vader, bedreigingsgevoelens bij diens partner, een keer weglopen bij Mondriaan en een politie-interventie op een verboden locatie in Heerlen. Na plaatsing in het huisje werden officieel geen nieuwe meldingen geregistreerd, al waarschuwde Borghs dat dat niet per se betekent dat er niets is voorgevallen.
Een wijkagent verklaarde dat Meriam al snel na de plaatsing voor problemen zorgde — zo stak ze een mes in een voordeur en werden vernielingen gemeld — en dat deze meldingen aan Mondriaan zijn doorgegeven. Ruim een maand na die eerste incidenten vond uiteindelijk de moord plaats; in de weken direct voorafgaand aan de fatale dag waren volgens de agent geen nieuwe incidenten gemeld.
De strafzaak tegen Meriam K. is al afgerond: zij kreeg 18 jaar cel en tbs met dwangverpleging; ze ging niet in hoger beroep, waardoor die uitspraak definitief is. Tijdens het strafproces werd Meriam deels ontoerekeningsvatbaar verklaard; ze verklaarde in een psychose te hebben verkeerd en herinnerde zich de moord niet. Ook zei ze woede te hebben gevoeld omdat zij dacht dat Melanie haar haren had gestolen.
In het civiele traject zoekt de familie vooral helderheid over de veiligheid van personeel en bewoners en of Mondriaan en de gemeente hun zorgplicht hebben vervuld. De familie wil onder meer weten of er signalen waren die wezen op een escalatie in de weken voor de moord en waarom eerdere adviezen tegen plaatsing terzijde zijn geschoven. Mondriaan beroept zich in reacties vaak op beroepsgeheim en weigert sommige informatie te delen. In de komende maanden worden meerdere getuigen gehoord, waaronder leidinggevenden en een behandelaar van Mondriaan; die kunnen zich mogelijk beroepen op verschoningsrecht. Oproepen van de ouders van Meriam gingen maandag niet door vanwege ziekte en tolkenproblemen. De civiele procedure kan meer dan een jaar duren.