Natuurbrand gevoelige tik voor dierenpopulatie
In dit artikel:
Ruim een week na de grote branden ligt het bosgebied tussen Helden en Kessel gehavend: ongeveer vier hectare is verwoest en het landschap bestaat vooral uit zwartgeblakerde bomen en struiken. Boswachter Jeroen Schelings van Staatsbosbeheer waarschuwt dat de ecologische schade veel groter is dan wat je op het eerste gezicht ziet. Omdat het broedseizoen liep, zijn veel jonge dieren omgekomen — van vogels tot mollen en mogelijk een dassenfamilie — en duizenden insecten in de schors en bodem zijn door de intense hitte gedood. Die insecten vervullen een sleutelrol bij de omzetting van organisch materiaal in vruchtbare grond en vormen bovendien voedsel voor andere diersoorten; hun verlies verstoort de voedselketen en remt herstel.
Bovendien is de bodem door de recente droogte extra kwetsbaar geweest: waar de grond normaal vochtig hoort te zijn, is nu uitgedroogd en arm aan voedingsstoffen, wat de kans op natuurlijk herstel van bomen en struiken verkleint. In delen van het gebied klinken wel vogels, vaak afkomstig uit stukken die buiten het vuur vielen — vogels kunnen terugvliegen en nieuwe nesten beginnen, maar veel nesten zijn vernietigd.
Staatsbosbeheer gaat eerst inventariseren welke bomen het overleven en waar herstel nodig is. Bij herplanting wordt serieus overwogen naaldbos te vervangen door loofbomen omdat die doorgaans beter bestand zijn tegen klimaatschommelingen en meer biodiversiteit ondersteunen. Schelings benadrukt echter dat het toenemende aantal bosbranden geen welkom hulpmiddel is: de natuurbeheerder wil het bos versterken zonder dat daarvoor eerst verwoesting nodig is. Gegeven droogte en hogere temperaturen blijft het risico op nieuwe branden een zorgpunt.