Op de markt is uw gulden een daalder waard: Venray en Horst kenden vroeger een bloeiende veehandel

woensdag, 18 februari 2026 (09:04) - Dagblad de Limburger

In dit artikel:

Markten zijn al eeuwenlang vaste onderdelen van lokale samenlevingen: van Romeinse mercatusen tot de hedendaagse kermissen en jaarmarkten. Oorspronkelijk dienden markten niet alleen voor handel, maar ook voor het afkondigen van wetten en publiek vermaak. In de middeleeuwen verleenden vorsten vaak het monopolie om jaarmarkten te houden; die werden gekoppeld aan kerkelijke feesten en konden dagenlang duren, met processies en een expliciete kerkelijke sfeer die soms amusementsvormen beperkte.

In Noord-Limburg illustreren Horst en Venray deze traditie. Horsts kermis voert terug tot 1501, toen de hertog van Gelre twee markten per jaar toestond — de voorbodes van de huidige kermissen in mei en september. Venray kent markten sinds ten minste de zeventiende eeuw en had in de negentiende eeuw al jaarmarkten; veel handel was gericht op vee. Statistieken uit 1888 tonen bijvoorbeeld tientallen stuks rundvee en honderden biggen met gangbare prijzen in guldens. De handel groeide: in 1915 werden in Venray meerdere jaarmarkten en paardenmarkten gehouden, en in 1926 kwamen er honderden paarden, meer dan duizend runderen en duizenden biggen aan.

De opkomst van winkels en veranderende economieën deed sommige veemarkten verdwijnen — in Venray werd de veemarkt in 1954 opgeheven, later gevolgd door paarden- en biggenmarkten — maar de jaarmarkt bleef populair. Sinds 1956 is er bovendien een vaste weekmarkt en de jaarmarkt onder de naam Allemansmernt trekt nog altijd veel bezoekers. Kortom: markten evolueerden van multifunctionele openbare podia tot meer commerciële en feestelijke evenementen, maar blijven als culturele en economische traditie sterk verankerd in steden en dorpen.