Plat kalle kèns se liere, maar dan moeten Limburgers wel een beetje meehelpen
In dit artikel:
De Limburgse taal krijgt meer aandacht nu de provincie inzet op een hogere status en de campagne ‘Praat Limburgs met me’ is gelanceerd. Tegelijk blijkt voor nieuwkomers in het Limburgs leren de praktijk lastig: zodra zij de taal proberen te spreken, stappen veel moedertaalsprekers automatisch over op Nederlands. Taaldocent Esther van Loo, die betrokken is bij de lesmethode Limburgs als tweede taal en wekelijks lesgeeft, noemt dat demotiverend voor cursisten die juist willen meedoen en de taal willen beheersen.
Van Loo wijst erop dat dit niet alleen te maken heeft met beleefdheid, maar ook met het idee dat Limburgs moeilijk of zelfs niet leerbaar zou zijn. Volgens haar zegt dat iets over de status van de taal. Ze vergelijkt het met haar eigen ervaring met het leren van een andere taal: fouten maken hoort erbij en mensen waarderen juist de moeite. Ook Mirjam Vellinga van de Friese taal- en cultuurinstelling Afûk herkent het probleem uit de Friese cursussen. Zij benadrukt dat regionale talen als Limburgs en Fries kwetsbaar zijn en nieuwe sprekers nodig hebben om te blijven voortbestaan.
Daarom pleiten Van Loo en Vellinga voor meer bewustwording en minder snel corrigeren of lachen om fouten. Nieuwe sprekers moeten worden aangemoedigd, zodat ze zich welkom voelen. Volgens Van Loo is dat ook een kwestie van wennen: Limburgs leren is mogelijk, en juist door het gesprek samen aan te gaan krijgt de taal meer toekomst. De bekendste cursist is gouverneur Emile Roemer, die sinds 2024 lessen volgt en al vergevorderd zou zijn.
De Oranjezomer: Dries Roelvink lacht om beelden van Chris Woerts, die zijn hit 'Ik Kom Eraan' zingt op Curaçao