Recorddruk jaar voor veerponten Grensmaas: vroeger waren ze van levensbelang
In dit artikel:
Afgelopen jaar werden de veerponten over de Maas tussen Nederlands- en Belgisch-Limburg samen meer dan 500.000 keer gebruikt, een record sinds het centraal bijhouden van die cijfers. De autoveerpont tussen Berg aan de Maas (NL) en Meeswijk (B) was met circa 162.000 overtochten bijzonder druk — bijna 40.000 meer dan in 2024 — en de fiets- en voetveerponten noteerden gezamenlijk ruim 350.000 overtochten (tegen ongeveer 287.000 in 2024).
Een goede herinnering aan hoe wezenlijk deze verbindingen nog zijn, vooral nu er relatief weinig van overblijven. Waar vroeger vrijwel elk dorp langs de Maas een veerpont kende — in de negentiende en begin twintigste eeuw bestonden talloze verbindingen tussen dorpen als Urmond, Maasband, Meers, Geulle, Elsloo en anderen — zijn daar nu slechts enkele actieve ponten voor teruggekomen. Momenteel varen één autoveer (Berg–Meeswijk) en drie fietsveren: Geulle–Uikhoven, Grevenbicht–Rotem en Ohé en Laak–Ophoven. De veerverbinding Geulle–Uikhoven was na de Tweede Wereldoorlog lange tijd verdwenen en keerde pas sinds het begin van deze eeuw terug.
De afname van het uitgebreide veernet heeft meerdere oorzaken: de aanleg van snelwegen (met name de A76 en de E314 rond 1972), de komst van bruggen, de opkomst van de auto en de verplaatsing van scheepvaart naar kanalen zoals het Julianakanaal en de Zuid-Willemsvaart maakten veel pontverbindingen economisch onhoudbaar. Tegelijk zorgden toeristische initiatieven, wegwerkzaamheden (bijvoorbeeld tijdelijke afsluitingen van de Maasbrug A76/E314) en prijsverschillen tussen België en Nederland vorig jaar voor extra drukte op de oversteekplaatsen.
Onderhouds- en zorgplichten voor deze grensverbindingen zijn vastgelegd in het Verdrag van Maastricht uit 1843, waarbij Nederland en België gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen (niet te verwarren met het Europese verdrag uit 1992). Exploitanten wijzen erop dat ponten lokale reistijden en omrijafstanden verkorten, uitstoot verminderen en een snelle grensoverschrijdende verbinding bieden voor werk, school en toerisme. Rijkswaterstaat sluit nieuwe verbindingen niet uit, maar geeft aan dat daar nu geen duidelijke wens of inzet voor budgetten bestaat; een nieuwe pont zou een gezamenlijk Vlaams-Nederlandse aanvraag en financiering vergen.