Ruben van Bommel moet in 2026 geduld hebben: 'Maar ik kan niet wachten op mijn rentree'
In dit artikel:
Ruben van Bommel (21, uit Meerssen) maakte van 2025 een wisselvallig jaar: hij stond in een bekerfinale, speelde op het jeugd-EK en ruilde AZ voor zijn jeugdclub PSV via een recordtransfer. Sinds 21 september draait alles echter om een zware knieblessure die hij opliep in de kraker tegen Ajax. Na een operatie in Londen volgt nu een intensieve revalidatie; hij kan inmiddels weer geleidelijk gaan hardlopen en voelt zich daardoor meer atleet.
Ondanks eerdere fysieke problemen in 2025 bleef Van Bommel belangrijk voor AZ — hij scoorde in de play-offfinale om Europees voetbal — maar de bekerfinale eindigde in teleurstelling. De transfer naar PSV, waar zijn vader Mark naam maakte, vervulde een jeugdige droom: hij scoorde direct in zijn eerste competitieduel en maakte ook een doelpunt in de Champions League tegen Union Saint-Gilloise.
Openhartig aan de keukentafel van zijn ouderlijk huis zegt hij over zijn herstel: "voor het lopende seizoen maak ik me geen enkele illusie meer." Thuis leert hij zelfstandig te zijn (koken, de was) en gebruikt hij vrije momenten om zijn hoofd scherp te houden, bijvoorbeeld door wereldhoofdsteden te stampen. Van Bommel benadrukt dat de weg terug lang is, maar dat hij rustig blijft, goed begeleid wordt en precies weet wat wel en niet kan. Met die aanpak hoopt hij uiteindelijk terug te keren op het veld en zijn vroege doorbraak verder uit te bouwen.