Ruim 1100 jaar na zijn dood wordt eindelijk duidelijk hoe koning Zwentibold eruit heeft gezien
In dit artikel:
De schedel van de Middeleeuwse koning Zwentibold is deze week tijdelijk uit zijn reliekschrijn gehaald in Susteren en in een CT‑scanner gelegd in dierenkliniek Hoogveld in Echt. Het is de eerste concrete stap in een gezichtsreconstructie die moet uitmaken hoe de laatste koning van Lotharingen er daadwerkelijk uitzag, 1.126 jaar na zijn dood. De schedel was verpakt in zeventiende‑eeuws textiel (bordeauxrood, grijs en lichtbruin); restaurateur Doortje Lucassen verwijderde alleen een goudkleurig kroontje omdat dat niet in de scanner mocht.
Initiatiefnemers zijn vrijwilligers van Stichting ’t Stift, onder wie Jan Mulders en Jan Frusch, die met dit project Susteren meer onder de aandacht willen brengen en jongere generaties voor lokaal erfgoed willen winnen. Zwentibold (koning 895–900) is in de regio diep verankerd: zijn naam leeft voort in scholen, verenigingen en bedrijfslocaties, en hij werd na zijn gewelddadige dood nabij het huidige Susteren later als heilige vereerd — de Roermondse bisschop Ron van den Hout gaf daarom toestemming voor het onderzoek.
Tijdens de CT‑scan, uitgevoerd met medewerking van Canon Medical Systems, bleek dat de schedel niet geheel compleet is: er ontbreekt een deel van de kaak. Of dat verband houdt met zijn gewelddadige einde of met beschadiging na zijn overlijden, is nog onduidelijk. Op basis van de scandata wordt eerst een 3D‑print van de schedel gemaakt; fysisch antropoloog Maja d’Hollosy, die eerder reconstructies maakte, zal daarop een gezicht reconstrueren. Volgens de initiatiefnemers kan dat eindresultaat naar verwachting voor circa 95 procent lijken op het oorspronkelijke uiterlijk, genoeg dat familieleden hem zouden herkennen. De overheidsvrije, wetenschappelijke en restauratiewerkzaamheden markeren een zeldzaam samenspel tussen erfgoedzorg en moderne technologie.