Tram uit Oostelijke Mijnstreek naar Sittard en Aken: ooit levensader, nu verdwenen uit straatbeeld

woensdag, 22 april 2026 (09:18) - Dagblad de Limburger

In dit artikel:

In de Mijnstreek vormden trams tussen circa 1920 en 1950 een essentieel lokaal vervoermiddel voor mensen en goederen, totdat ze binnen een paar jaar opnieuw verdwenen. Toen de streek na de Eerste Wereldoorlog snel groeide, boden stoomtrams aanvankelijk uitkomst: routes zoals Heerlen–Hoensbroek werden later door de Limburgse Tram Maatschappij (LTM) overgenomen en verlengd richting Sittard en Brunssum. Vanaf 1923 vond elektrificatie plaats en in 1929 maakte een tunnel onder de spoorlijn het mogelijk dat de tram tot het Stationsplein van Heerlen doorreed en een rondje door het centrum maakte.

Lijnen werden doorgetrokken naar Kerkrade en de grensovergang De Locht, waar reizigers konden overstappen op het Akense trambedrijf, dat een andere spoorbreedte gebruikte. Bij De Locht staat nog een in 1926 gebouwd tramhuisje, recent gerestaureerd en nu als woning in gebruik. Na de Tweede Wereldoorlog liep de populariteit hard terug: in 1949–1950 werden de Limburgse tramlijnen opgeheven en vervangen door autobussen, die goedkoper, sneller en comfortabeler bleken. De naam LTM bleef voortleven, maar als busonderneming.

Als nalatenschap is ten minste één trammaatschappijwagen bewaard gebleven; na restauratie staat die nu bij de Miljoenenlijn in Simpelveld, wachtend op een definitieve bestemming. Het verhaal van de trams in de Mijnstreek weerspiegelt de brede mid‑20e‑eeuwse omschakeling van rails naar wegvervoer in Nederland en daarbuiten.