Tussen sirenes en stilte: hoe Venlose agenten omgaan met vier fatale incidenten
In dit artikel:
In de regio Venlo hebben agenten in korte tijd met een serie schokkende gebeurtenissen te maken gekregen: binnen twee weken moesten zij vier dodelijke incidenten afhandelen, allemaal met slachtoffers jonger dan twintig. Die opeenvolging heeft bij het basisteam Venlo-Beesel duidelijk sporen nagelaten; teamchef Bouchra El Ouahbi spreekt van een “verschrikkelijke periode” en collega’s ervoeren behalve adrenaline ook veel verdriet en onbegrip op plaats delict.
Direct na de inzet grijpt het Team Collegiale Ondersteuning (TCO) in om de betrokken politiemensen op te vangen. Eric Willems, die naast zijn politiewerk in het TCO zit, legt uit dat het team actief navraagt wat een agent nodig heeft en gesprekken voert over concrete reacties: slapen, nachtmerries, herbelevingen. Vooral jongere agenten maken daar volgens hem vaker en makkelijker gebruik van; ze durven hulp te vragen, wat de verwerking versnelt.
De korpsleiding houdt partijen nauwlettend in de gaten en kan - indien nodig - doorverwijzen naar maatschappelijk werk of de eenheidspsycholoog. Er bestaan ook operationele maatregelen om hertraumatisering te voorkomen: patrouilles kunnen vervangen worden als blijkt dat dezelfde collega kort na een ingrijpende inzet weer naar een vergelijkbare situatie zou moeten. Als het herstel stokt, kan een agent tijdelijk uit de dienst worden gehaald om te kunnen verwerken.
Naast de interne zorg ziet El Ouahbi ook een positief effect op de band met bewoners: wijk- en familieagenten doen veel nazorg en het contact in buurthuizen versterkt de wederzijdse steun. Tegelijk waarschuwt het team dat de kans op ernstige psychische klachten zoals PTSS reëel is, zodat vervolgbehandeling en aandacht voor de mens achter het uniform prioriteit blijven.