Veel bushaltes in Limburg niet toegankelijk voor mensen met een beperking
In dit artikel:
Meer dan driekwart van de 3.007 bushaltes in Limburg is onbereikbaar of slecht geschikt voor mensen met een visuele of motorische beperking, blijkt uit een analyse van de Halteviewer door RTV Oost en de Regionale Omroepen. Slechts ongeveer 533 haltes (ongeveer een zesde) voldoen aan de voorwaarden voor zowel rolstoelgebruikers als blinden/slechtzienden. Daarnaast zijn 558 haltes wel rolstoelvriendelijk maar niet voorzien van hulpmiddelen voor slechtzienden, en 213 haltes juist geschikt voor mensen met een visuele handicap maar ontoegankelijk voor rolstoelgebruikers. Ongeveer 1.700 haltes hebben helemaal geen ondersteunende voorzieningen.
DOVA, het samenwerkingsverband van OV‑autoriteiten dat de haltegegevens beheert, hanteert meerdere criteria om toegankelijkheid vast te stellen: aanwezigheid en aansluiting van geleidelijnen, aansluiting van perronhoogte op businstap, liftsystemen en voldoende perronbreedte voor rolstoelen. De meeste haltes zijn eigendom van gemeenten; grotere stedelijke gemeenten scoren over het algemeen beter. Nationale koplopers onder grotere gemeenten zijn Hengelo en Amersfoort, waar meer dan 90% van de haltes zowel visueel als motorisch toegankelijk zou zijn.
Op het platteland ontbreken vaak meer voorzieningen: haltes bestaan veelal uit een bord en een dienstregeling zonder trottoir of geleidelijnen. Gemeenten noemen lage reizigersaantallen en hoge kosten als reden om dergelijke haltes niet te verbeteren. Die uitleg botst met de eis uit het VN‑Verdrag Handicap, aangehaald door Peter Waalboer van de Oogvereniging: openbaar vervoer is een publieke voorziening en moet voor iedereen toegankelijk zijn. Jenny Goldschmidt, emeritus hoogleraar mensenrechten, noemt de situatie een schending van mensenrechten en wijst erop dat Nederland vorig jaar door de Verenigde Naties op tekortkomingen is gewezen.
Niet alleen gemeenten beheren haltes; provincies, Rijkswaterstaat en waterschappen hebben ook verantwoordelijkheid. Waterschappen scoren relatief het slechtst, mede omdat hun haltes vaak buiten de bebouwde kom of op dijken liggen en weinig reizigers trekken. DOVA benadrukt dat wegbeheerders verantwoordelijk zijn voor het infrastructurele beheer en dat de gebruikte cijfers de situatie reflecteren zoals die op 13 januari was vastgelegd; soms kunnen gegevens verouderd zijn als aanpassingen nog niet zijn doorgevoerd.
Kortom: in Limburg zijn veel bushaltes onvoldoende ingericht voor mensen met een visuele of motorische beperking, wat spanningen oplevert tussen recht op toegankelijk vervoer en praktische en financiële afwegingen van wegbeheerders.