Venloos badhuis ging na lang gesteggel eindelijk weer open: 'reinheid op het lichaam is voor den werkman toch eene eerste levensvereischte'

woensdag, 13 mei 2026 (07:33) - Dagblad de Limburger

In dit artikel:

In 1916-1918 draaide in Venlo een moeizaam traject om het plaatselijke badhuis, gelegen aan de Valuasstraat. De gemeenteraad besloot op 20 september 1916 tot aankoop van het gebouw van de Venloosche Badhuis Maatschappij voor 9.000 gulden en stemde ook in met financiering van noodzakelijke renovaties. Provinciale Gedeputeerde Staten hielden echter hun goedkeuring terug en vroegen eerst onderzoek en bewijzen van onbezwaarde eigendom; die administratieve hobbels sleepten tot januari 1917 voort, bijna dertien jaar nadat aandeelhouders het badhuis te koop hadden gezet.

Tussen die beslissingen in verdween de Groene Kruis-organisatie als beoogde exploitant. Gemeentelijk onderzoek wees vervolgens uit dat Venlo het badhuis zelf kon exploiteren zonder financieel risico. Lokale belangenorganisaties, zoals het ondersteuningsfonds van het personeel van N.V. Pope’s Metaaldraad-Lampenfabriek, drongen erop aan dat de tarieven betaalbaar blijven, omdat openbare badinrichtingen cruciaal waren voor de hygiëne van arbeiders.

De opening liep vertraging op door herstelwerkzaamheden (maart 1917) en leveringsproblemen voor radiatoren (augustus 1917). Toch werden in maart 1918 al badbewegingen geregistreerd: aantallen heeren- en damesbaden met bijbehorende opbrengsten tonen dat het badhuis toen in gebruik was. Het verhaal eindigt hier nog niet definitief; toekomstige berichtgeving beloofde opvolging over het verdere lot van de instelling.

Context: begin 20e eeuw waren gemeenschappelijke badhuizen essentieel voor volksgezondheid in steden waar veel arbeiders geen privé-badfaciliteiten hadden, waardoor beslissingen over eigendom, exploitatie en prijzen zowel sociale als politieke betekenis hadden.