'Vergeten dichter' Leo Herberghs uit Heerlen en het heilig weer
In dit artikel:
In de Literaire Hoek schrijft Ton van Reen over Limburgse literatuur en richt deze aflevering op Leo Herberghs, de dichter uit Heerlen. Van Reen begint met de veelgestelde vraag wie de grootste Limburgse dichter is; hij noemt Pierre Kemp als de makkelijkste keuze vanwege zijn bekendheid en de toekenning van de P.C. Hooft-Prijs, maar benadrukt dat dichters niet echt te vergelijken zijn omdat ieder een eigen stem heeft — Hanlo, Kusters, Herberghs, Jacobs en Graus zijn elk anders.
Het persoonlijke deel van de tekst gaat over Van Reens eerste ontmoeting met Herberghs in 1962 tijdens een poëzieavond in Paviljoen Somers te Roermond. Toen was Van Reen twintig en Herberghs naar schatting zesendertig: broos en herstellend van langdurige ziekte, maar geestelijk levendig; Herberghs zou uiteindelijk 94 jaar oud worden. Later publiceerden Van Reen en zijn vrouw Corrie Zelen zes boeken van hem, onder meer De laatste nachtegaal (met tekeningen van Peter Bertus) — een aanklacht tegen vervuiling door DSM — Het Paadjesboek en Het Gehuchtenboek (geïllustreerd door wandelgenoot Toon Willemsen), Maastrichtse Sonnetten in luxe druk en de bundels met kleine gedichten Heilig Weer en Gerucht.
Van Reen prijst Herberghs’ poëzie om haar beknopte, zintuiglijke beelden en thema’s als natuur, vergankelijkheid en verstilling, en plaatst hem daarmee als een eigenzinnige, blijvende stem binnen de Limburgse dichtkunst.